Posts tonen met het label Amfibieën. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Amfibieën. Alle posts tonen

zondag 7 oktober 2012

What's in a name


Ze noemen mij Koereiger (Bubulcus ibis),
maar ze hadden me net zo goed Paardenreiger, Schapenreiger of Geitenreiger kunnen noemen. Ik heb het namelijk overal naar mijn zin waar dieren grazen. Door hun bewegingen in - en het begrazen van - het struweel, vliegen automatisch de insecten op waar ik zo gek op ben. 


Bijkomend voordeel
is dat ik vanaf hun rug een prima uitzicht op de omgeving heb en een stuk minder hoef te lopen. Het gaat dan ook uitstekend met mij en mijn soortgenoten. Oorspronkelijk komen we uit Afrika maar de laatste decenniën hebben we ons verspreid over Azië, Noord en Zuid-Amerika, Australië en Europa. Samen met de Noordse stern strijden wij om de wereldheerschappij, we zijn nu op alle zeven continenten aanwezig.  


We eten
krekels, sprinkhanen, spinnen, reptielen en amfibieën. Ons aanpassingsvermogen is groot, we kunnen leven in woestijnachtige gebieden, op natte graslanden maar net zo makkelijk op de uitgestrekte toendra's. We zijn voor ons voedsel veel minder dan andere reigersoorten gebonden aan water. 


We broeden
in kolonies met andere reigers in dode bomen en rietmoerassen. Ook onze nestplaatsen hoeven niet persé in de buurt van water te zijn, soms broeden we zelfs in steden.

donderdag 19 augustus 2010

De ene Blauwe reiger is de andere niet


Normaal staat de Blauwe reiger (Ardea cinerea) 
urenlang langs de waterkant te wachten totdat hij iets kan verschalken en daarbij is hij niet kieskeurig. Onder anderen vissen, amfibieën, jonge eendjes, rallen, mollen en konijnen - die hij eerst verdrinkt door ze onder water te houden, passeren zijn keelgat.


zag ik echter een reiger die actief op jacht was. Hij kwam aangevlogen, stortte zich in het ondiepe water, greep een vis en vloog weer weg. Dit gedrag had ik nog nooit eerder gezien en ik stond dan ook verbaasd te kijken, eh…in dit geval te fotograferen. Één ding was zeker, effectief is het wel.

dinsdag 6 april 2010

Reptielen

Behalve kikkers en padden zitten er ook gekko’s, hagedissen en slangen in onze tuin.
De meest voorkomende gekko aan de Costa-Blanca is de Muurgekko (Tarentola mauritanica). Gekko’s hebben kleefkussentjes en kunnen daardoor over elk oppervlak lopen, meestal rennen ze langs muren en steenhopen op jacht naar voedsel. Het is een nachtdier dat jaagt op insecten en andere kleine ongewervelden, vijanden zijn slangen en andere hagedissen. De muurgekko kan 8 jaar oud worden, de oudere dieren ogen tamelijk dik en plomp. De Muurgekko jaagt ’s nachts vaak bij of in lantaarns en buitenlampen.
Een andere gekko hier is de Europese huisgekko of Europese Tjitjak (Hemidactylus turcicus). De huid van deze soort is een beetje doorzichtig, vooral de eieren van de vrouwtjes zijn goed te zien, deze gekko wordt maximaal 13 centimeter lang. De tenen hebben kleine lamellae (hechtkussentjes) en huidflappen over de tenen. Op de flanken en de staartwortel bevinden zich kleine stekelachtige bultjes en de ogen hebben een verticale pupil. De soort heeft zich ook verspreid naar enkele staten in de Verenigde Staten, te weten: Florida, Louisiana en Texas. Hier is de gekko waarschijnlijk geïntroduceerd door toedoen van de mens.
De Spaanse muurhagedis (Podarcis hispanica) is een zeer goede klimmer, die vergeleken met andere hagedissen beter en meer klimt.
                           
Ik was net opgestaan van een stapel stenen toen deze Ringslang (Natrix natrix) eruit tevoorschijn kwam. De Ringslang is ongevaarlijk en niet giftig voor de mens. Het is een schuwe en rustige soort die zelfs bij directe bedreiging maar zelden bijt, bij ernstige bedreiging kan hij zich schijndood houden. De Ringslang kan een lengte bereiken tot wel twee meter, op het menu staan voornamelijk kikkers die langs de oevers van verschillende wateren buitgemaakt worden in ons geval dus de vijver.

donderdag 1 april 2010

Foutje

Ik denk dat Apeldoorn bellen weinig zin heeft want ik heb het foutje aan mezelf te danken.
Ik ben namelijk zo onverstandig geweest om de vijver recht onder het slaapkamerraam te construeren. En daar betaal ik ieder voorjaar middels slapeloze nachten de tol voor.
Dit jaar zijn ze iets later maar normaal begint aanvang maart een orkest te spelen wat niet van ophouden weet. Het is zo hard dat ik heb opgezocht of hier geen sprake is van Brulkikkers, maar het blijken toch gewone Iberische groene kikkers of Iberische meerkikkers (Pelophylax perezi) te zijn.
Het vervelende is dat ze onder het kwaken dingen doen die, zoals het er naar uitziet, het orkest volgend jaar nog harder doet spelen.

donderdag 11 februari 2010

Land van duizend meren

In de Franse regio Centre, tussen Poitiers en Chateauroux en de rivieren de Creuse en de Indre, ligt het prachtige merengebied "Parc Naturel Regional de la Brenne". Een ideale plek voor natuurliefhebbers en vogelaars.
Dit eenzame land met de bijnaam 'Het land van de duizend meren' telt zo'n 1200 plassen, meren, poelen en vennen. Sinds december 1989 staat het park officieel te boek als natuurpark.
La Brenne is een natuurrijk cultuurlandschap, alle meertjes zijn in de middeleeuwen voor de visteelt aangelegd door monniken van abdijen in de omgeving. De vogelrijkdom kan zich meten met die van de belangrijkste draslanden van Europa.
Het gebied kenmerkt zich door een grote verscheidenheid aan bossen, meertjes, heidevelden, weilanden, moerassen, beekjes en talrijke houtwallen en hagen. De verstilde dorpen zijn dun over het gebied verstrooid.
Voordat men La Brenne gaat verkennen is een bezoek aan het Musee de la Brenne in een 12e eeuws kasteel aan te bevelen. Hetzelfde geldt voor het Ecomusee waar veel informatie over de geologie van het gebied wordt geboden. Het beste kan men beginnen in Le Bouchet, in het centrum van het natuurpark. Het is een authentiek boerendorp met huizen die gebouwd zijn van de lokaal gewonnen rode zandsteen: gres rouge. Deze steen is als lateriet bodem ontstaan tijdens het Tertiair, toen in La Brenne een tropisch klimaat heerste.
Het middeleeuwse kasteel van Le Bouchet ligt op een verhoging van deze steen; het is vanuit het natuurpark bijna overal te zien. In Le Bouchet is ook het bezoekerscentrum van het natuurpark, een fraai, oud en streekeigen gebouw, waar naast veel informatie over het gebied ook talrijke agrarische streekproducten, zinvolle nijverheidsartikelen en kunst te verkrijgen zijn.
Het hagenlandschap van La Brenne is uniek, met tal van struik- en boomsoorten als sleedoorn, meidoorn, hazelaar, veldiep en de overal aanwezige koebraam. Maar ook slingerplanten als heggenrank, kleefkruid en spekwortel. Het is een waar eldorado voor vogelsoorten die aan dergelijke hagenlandschappen gebonden zijn. Jammer genoeg laat het onderhoud te wensen over, waardoor ze langzaam dichtgroeien met struiken en bramen. Zo verarmen op den duur niet alleen de flora en fauna, maar verliest het gebied ook zijn verscheidenheid en eigengeaardheid als cultuurlandschap.
De viscultuur zal voorlopig niet uit La Brenne verdwijnen. In de grote en vele kleine, vaak naamloze meren, beoefend men al sinds de middeleeuwen een vorm van visteelt. Al deze meren en meertjes, waarin hoofdzakelijk karper en in mindere mate blankvoorn wordt gekweekt, zijn volledig kunstmatig gevormd en met elkaar verbonden.
Tot de Franse revolutie was deze visteelt vooral monnikenwerk. De vis werd in heel Frankrijk verhandeld. Ook de Parijse hallen werden ermee bevoorraad. Gedurende de Franse revolutie werd de visteelt in La Brenne verboden en stortte deze voor de lokale economie zeer belangrijke activiteit volledig in. Zeer veel meren vielen droog; dammen en sluizen raakten in verval. Pas vanaf 1950 herstelde de visteelt zich weer langzaam. In dat jaar waren er nog 600 visvijvers (5600 ha) over, nu zijn er minstens 1200 (10.000 ha).
Op een paar plaatsen in La Brenne komt de in Frankrijk zeldzame moerasschildpad voor. Wie belangstelling heeft voor insecten en in het bijzonder voor libellen kan in La Brenne zijn hart ophalen. Er zijn meer dan 60 soorten waargenomen. In totaal leven in het natuurpark 26 soorten reptielen en amfibieën, ca. 300 soorten vogels en 60 soorten zoogdieren. Een ongehoord hoog aantal voor een cultuurlandschap.
           
Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...