Posts tonen met het label Murcía. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Murcía. Alle posts tonen

zaterdag 21 september 2013

Kapelletjes langs de Weg

Een kapelletje bevat soms slechts een beeldje of afbeelding. Vaak is het niet meer dan een nisje op een kruispunt van wegen of een houten kastje aan een boom, langs een wandelpad of aan een huis bevestigd. Ze zijn de zichtbare uiting van volksdevotie. 


Vaak is het, hoe armer en geïsoleerder de streek des temeer kapelletjes je er ziet. Soms zitten daar hele leuke decoratieve exemplaren tussen, zoals deze van aardewerk uit de Alentejo, Portugal. 


Of je ziet de meer traditionele, zoals dit heilige huisje in de Sierra de Espuña, Murcía, Spanje.

Kapelletjes zijn er in alle soorten en maten, een kapelletje kan zijn: een wegkapelletje, een heilig huisje of een afdak waaronder kruisbeelden of afbeeldingen van heiligen, vaak de heilige Maria, zijn geplaatst.

Men treft ze op allerlei plaatsen aan en hebben meestal voor de lokale bevolking een grote religieuze waarde. Het woord kapel is afgeleid van het Latijnse cappa of mantel, en verwijst naar de mantel van Martinus van Tours, de bisschop van Tours die leefde van 316 tot 397 en bekend werd als Sint-Maarten.

dinsdag 27 juli 2010

Warm

De warmste maand moet nog komen, toch komt de temperatuur in de omgeving van Sevilla al regelmatig boven de 40º Celsius. In het “Guinness book of records” valt te lezen dat de hoogste temperatuur die ooit in Spanje is gemeten 51º Celsius bedraagt. Deze temperatuur dateert van 30 juli 1876 en werd eveneens gemeten te Sevilla. De meting was weliswaar juist, de opstelling van de thermometerhut was dat echter niet. Deze waarde is dan ook door de Spaanse weerdienst verworpen. De hoogste gevalideerde waarde voor Spanje komt voor rekening van Murcía waar op 29 juli 1976, 47,8º Celsius werd geregistreerd.
De paarden langs de Guadalquivir in de buurt van Sevilla springen niet ter verkoeling het water in, maar zoeken schaduw onder een Eucalyptusboom.

Net zoals de schapen in Badajoz die verkoeling zoeken onder een Steeneik.




 
Maar deze hond, die ik tegenkwam in de Marjal, heeft het volgens mij toch het beste bekeken. Alleen jammer dat zijn baas hem steeds stenen liet opduiken zodat het arme dier vrijwel geen tand meer overheeft.

dinsdag 30 maart 2010

Manenschaap (Ammotragus lervia)

Als je geluk hebt kun je hem tegenkomen langs de flanken van de Sierra Espuña in de Región de Murcia, het Manenschaap (Ammotragus lervia).


Het Manenschaap is een vrij stevig hoefdier met relatief korte poten en afkomstig uit Noord-Afrika, zijn nauwste verwant is de Arabische Thargeit (Arabitragus jayakari). De soort is in 1970 uitgezet in Spanje en heeft een voorkeur voor droge rotsachtige gebergten, het is een uitstekende klimmer.


Het Manenschaap wordt 130 tot 165 centimeter lang en heeft een schouderhoogte van 75 tot 110 cm. De ram wordt groter dan de ooi, met langere, dikkere manen en hoorns en een gewicht tussen de 100 en 150 kg. De ooien bereiken een lichaamsgewicht van 40 tot 70 kg. Het Manenschaap heeft een lang gezicht met kleine, slanke, puntige oren. De vacht is zandkleurig tot roodbruin van kleur, met een ietwat lichter gekleurde onderzijde. 's Winters is de vacht wollig, de zomervacht is dunner.


Overdag rusten ze in de schaduw van grotten, bomen of overhangende rotsen. In de vroege ochtend en in de late middag gaan ze op zoek naar voedsel in de dalen of op berghellingen. Het Manenschaap eet in de winter vooral droge grassen en korstmossen en in de zomer veel bergkruiden. Ze kunnen lange periodes zonder water, doordat ze veel water uit hun voedsel halen.


Het Manenschaap leeft, buiten de bronstijd, in kleine familiegroepjes van 10 tot 15 dieren. Rammen in aparte groepen van 4 of 5 dieren, oudere rammen leven voornamelijk solitair.


Na een draagtijd van 150 tot 165 dagen worden de jongen geboren tussen maart en mei, tweelingen komen regelmatig voor. Het vrouwtje zondert zich af van de rest van de kudde om te kunnen werpen. De lammeren blijven enkele dagen verscholen tussen de rotsen, alhoewel ze een paar uur na de geboorte al in staat zijn om hun moeder te volgen op steile rotshellingen. Na enkele dagen sluiten ze zich weer aan bij de kudde. De zoogtijd duurt zo'n zes maanden. Ooien zijn na achttien maanden geslachtsrijp.

donderdag 31 december 2009

MOROS Y CRISTIANOS

'Moros y Cristianos' bestaat uit vieringen in diverse steden van Spanje, maar vooral in de autonome regio's Valencia, Murcía en ook in Castilla la Mancha. Er zijn ook steden en dorpen in Catalunya, Andalucía en Aragón die de traditie overnamen. De meestal carnavaleske en vooral luidruchtige vieringen verschillen van elkaar naargelang de plaats en het aantal inwoners en zij duren verschillende dagen.
Zij groeiden uit de traditie om de eeuwen van bezetting door de Moren te herdenken, alsmede de zegevierende katholieke reconquista. Een geschiedenisperiode die loopt van het jaar 711 tot 1498. Het beginsel van deze fiestas is dat zij beginnen met de inname van de stad door de Moren en eindigen met de bevrijding door de katholieke legers. Tussenin duiken de 'filaes' en 'comparsas' op, dat zijn groepen in de parades, die ofwel de Moren uitbeelden, ofwel de christenen. Zij zijn uitgedost in een aangepaste Middeleeuwse klederdracht, berijden soms paarden,
zwaaien met zwaarden en vuren in het wilde weg hun musketten af. De Moren berijden kamelen en soms olifanten. Er weerklinkt veel Middeleeuwse muziek en natuurlijk (Spanjaarden zijn er dol op)… vuurwerk. De eindslag speelt zich bij het kasteel af, waar de christenen een geënsceneerde slag winnen. De verschillende kampen zijn ook nog eens in groepen onderverdeeld. Zij kunnen ook arbeiders (labradores) uitbeelden of smokkelaars (contrabandistas), vissers (pescadores), bandieten (bandoleros), piraten (pirates), zigeuners (gitanos) of vrijschutters (pacos). Elke groep heeft een eigen klederdracht en voert eigen nummertjes, danspasjes of... gevechten op. De groepen dopen zich zelf ook met een naam, zoals bij voorbeeld 'Ridders van el Cid Campeador' of gewoon 'joden', 'Berbers' en zo meer.
Muziek speelt eveneens een belangrijke rol bij 'Moros y Cristianos', vooral de 'pasodoble' Paquito el Chocolatero geschreven door Gustavo Pascual Falcó, die voor de viering in Alicante eveneens de 'Cocentaina' componeerde, die daar zowat de officiële hymne van de feestvierders is geworden.
De meest befaamde 'Moros y Cristianos' hebben plaats in het industriestadje Alcoy (april), maar befaamd zijn ook de vieringen in La Vila Joiosa, Villena, Biar, Cocentaina, Crevillent, El Campello, Elda, Muro d'Alcoi, Ontinyent, Oriola, Petrer en districten in Alicante. De oudste viering heeft plaats in Caudete (Albacete). Daar begon zij al in 1588. Meer foto's op Moros y Cristianos 2009 Moraira

maandag 28 december 2009

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...