Posts tonen met het label Vogels. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Vogels. Alle posts tonen

zondag 6 oktober 2013

Embalse de la Sotonera, de Omgeving

Embalse de la Sotonera, is een moerasachtig spaarbekken gelegen in de Aragonese comarca Hoya de Huesca. Het beslaat 1.840 hectaren en valt onder de haast 300 inwoners tellende gemeente Alcalá de Gurrea. Het wordt ook wel Pantano de la Sotonera genoemd. Zie hier voor meer informatie over het spaarbekken. 


Eind september zijn de geoogste akkers rond embalse de la Sotonera al kaal, binnen een paar weken zullen hier de eerste kraanvogels over de velden lopen om de gemorste graankorrels op te pikken. Embalse de la Sotonera is de eerste plek over de Pyreneeën waar de kraanvogels neerstrijken en van waaruit ze zich verspreiden over het Iberisch schiereiland, zoals naar de dichtbij gelegen Laguna de Gallocanta, Ciudad Real en Extremadura.


Als je via de Pyreneeën arriveert in dit gebied is dat een vreemde gewaarwording. Eerst die indrukwekkende besneeuwde bergen – die je op de achtergrond nog steeds ziet liggen – en dan deze met koren gevulde vlakte. 


Met vaak prachtige wolkenluchten en altijd wel een roofvogel, als een stip aan de horizon. Behalve als ik een foto wil maken dan is er niet één vogel in de lucht te bekennen, ook niet in mijn hand trouwens.


Wat je wel ziet zijn die eindeloze akkers met graan, tot voor kort met korenbloemen en klaprozen. Maar ook hier staat de tijd niet stil en heeft de firma Monsanto al een aardig cliënteel opgebouwd. Monsanto is de producent van de onkruidverdelger Roundup evenals een reeks gewassen die genetisch zijn gemodificeerd zodat ze resistent zijn voor Roundup. Uit een recente studie blijkt dat het gebruik van dit soort onkruidverdelgers gelinkt kan worden aan een reeks gezondheidsproblemen en ziektes. Milieuactivisten, consumentengroeperingen en plantenwetenschappers uit verschillende landen hebben al eerder gewaarschuwd dat het gebruik van dit herbicide problemen veroorzaakt voor planten, mensen en dieren.


Wat je ook ziet in het landschap zijn de grotendeels verlaten constructies, zoals het in onbruik geraakte stationsgebouw van een opgeheven spoorlijn (geheel links op de foto). Vreemd trouwens een dergelijk station midden op de vlakte. 


Niet ver van Montmesa ligt aan de Camino de Ardisa een waarnemingspost voor kraan- en andere vogels. Als je deze Camino de Ardisa volgt tot het einde kom je bij de Corral de Antonié, eveneens een goede plek om vogels te kijken. In het dorp Montmesa is een informatiecentrum over de vogels in de omgeving te vinden. 

Montmesa is het plaatsje die het dichts bij het Embalse de la Sotonera ligt en maakt deel uit van de gemeente Lupiñén-Ortilla. De afstand tot de provinciehoofdstad Huesca bedraagt 26 Km. De bevolkingsdichtheid in het gebied bedraagt 3,43 inwoners per vierkante kilometer. Nederland heeft 449,9 Inw./km² en Vlaanderen 470 inwoners per vierkante kilometer.



Het is hier dus heerlijk rustig en dat is ideaal voor vogels, vogelaars en de natuurliefhebbers onder ons.

vrijdag 29 juli 2011

Lichaamstaal


De Kleine zilverreiger (Egretta garzetta) kwam aangeslopen en je kon aan zijn hele lichaam zien dat hij een duidelijk doel voor ogen had. Snel controleerde ik de instellingen van mijn camera en zag hem in gedachten al een rivierkreeft of karper uit het water vissen. Het kon niet missen, dit zou een geweldige actiefoto worden.


Laat hij nou jeuk krijgen en zich uitgebreid en op een onelegante manier gaan staan krabben. Het is dan wel een actiefoto maar niet de foto die ik voor ogen had.

donderdag 16 juni 2011

Graszanger - Zitting Cisticola

De Graszanger (Cisticola juncidis) vliegt vaak, in zigzaggende vlucht, een eindje met je mee. Onderwijl een gezang producerend wat nog het meest op het geluid van een herhaald knippende schaar lijkt. 

De Graszanger is een insecteneter met een lengte van ca. 10 cm en een gewicht van 8 tot 12 gram. Hij komt voor in Zuid-Europa, Noord-Afrika en in Zuid-Azië tot aan Noord-Australië in moerassen, vochtige graslanden, maar ook in korenvelden en op steppen. De Graszanger is geen trekvogel, maar blijft het hele jaar in hetzelfde gebied.

Typerend aan de Graszanger is, dat als hij zingt, je ziet dat de vogel een zwart keelgat heeft. Ik heb hem de bijnaam het “dropvogeltje” gegeven, omdat hij door dat zwarte bekkie sprekend lijkt op een kind met een dropmond. Of je die dropmonden in Nederland nog ziet weet ik niet, in mijn jeugd had je dropveters en die gaven een prima resultaat.


De graszanger heette vroeger Waaierstaartrietzanger. In Nederland komt hij voornamelijk voor in Zeeuws-Vlaanderen. Het is een zeer wintergevoelige soort die massaal het loodje legt bij langdurige vrieskou. Zijn de winters een aantal jaren mild dan rukken ze vanuit hun normale leefgebied in Zuid-Europa op naar het noorden en kunnen dan ook Nederland bereiken.

donderdag 10 juni 2010

Vogels

Zijn tijdens de zomer sommige vogels verdwenen aan de Costa-Blanca, er komen er andere voor terug.

donderdag 11 maart 2010

Vreemde vogel

Ik zag tussen een groep meeuwen een jonge Geelpootmeeuw (Larus michahellis) die constant stond te geeuwen. Toen ik thuis de foto’s bekeek zag ik waarom, uit een klein gaatje onder zijn snavel stak zijn tong. Hoe zo iets kon gebeuren zal wel altijd een raadsel blijven.

dinsdag 16 februari 2010

Spanje 40 jaar geleden

Het is alweer 40 jaar geleden dat ik voor het eerst in Spanje kwam.
Het Spanje van 40 jaar geleden was heel anders dan het huidige, het belangrijkste vervoermiddel wat ze in de dorpen en op het platteland hadden was de ezel of het muildier. Gek trouwens als je in Spanje het platteland zegt het is haast nergens plat, Spanje is één van bergachtigste landen van europa.
Op de hellingen en op de velden werd dan ook dankbaar gebruik gemaakt van de ezel. Maar niet alleen door de boer, ook de bakker, wijnhandelaar, olieman, het leger en vele anderen gebruikten deze kleine, weinig eisende krachtpatser.
Er reden toen nauwelijks auto’s, de grote steden daargelaten, de wegen en dorpen lagen bezaaid met uitwerpselen en de vogels maakten daar dankbaar gebruik van, net zoals de vliegen.
Alleen de hoofdstraat in het dorp was meestal geasfalteerd, de zijstraten niet. Dat was ook beter voor de hoefdieren, het voorkwam uitglijden. In wat nu een grote plaats is, Torrevieja (ca. 100.000 inw.) in Alicante, was het tot 25 jaar geleden niet anders.
De ezel stond thuis, een grote deur gaf toegang tot de woning en de ezel of het muildier ging door de kamer en de keuken naar de buitenplaats. Daar stonden ze onder een gedeeltelijke overkapping. Deze werd ook gebruikt door de vogels, die op hun beurt weer werden gebruikt door de bewoners voor de paella.
Tot voor enkele jaren reed nog een oud boertje met zijn ezeltje van Benissa naar zijn landje in Benimarco. Voor de rest zie je ze nauwelijks meer aan de Costa-Blanca. In de armere meer geïsoleerde gebieden zoals Zamora, Ciudad Real, Extremadura en langs de Portugese grens zie je ze nog wel. Een tehuis voor gepensioneerde ezels ben ik in Spanje nog nergens tegengekomen terwijl het land veel aan dit dier heeft te danken.
Het voordeel van gedomesticeerde ezels ten opzichte van paarden is dat zij kleiner zijn, beter bestand zijn tegen extreme omstandigheden en makkelijker te hanteren en te voeden zijn.
De reputatie van ezels dat zij eigenzinnige dieren zijn, heeft vooral te maken met hun intelligentie en voorzichtigheid. Ze zijn moeilijk te porren als men ze bijvoorbeeld met gevaar voor hun leven iets wil laten doen. Is eenmaal hun vertrouwen gewonnen, dan zijn ze dankbaar en prettig gezelschap.
Een kruising tussen ezelhengst en paardenmerrie wordt muildier genoemd, die tussen ezelin en paardenhengst heet een muilezel. Alle mannelijke nakomelingen tussen deze kruisingen zijn onvruchtbaar.
Afgelopen oktober is in Hollywood een ezel overleden en hoewel u het dier waarschijnlijk niet persoonlijk kende, gaat het zonder twijfel om één van de bekendste ezels ter wereld. Napoleon werkte 25 jaar in de filmindustrie en stond op de set met ondermeer Richard Gere.
De ezel raakte zwaargewond toen hij werd aangereden door een auto. Het dier overleefde de aanrijding niet, de chauffeur van de auto was ongedeerd. De ezel stierf op 27-jarige leeftijd

donderdag 11 februari 2010

Land van duizend meren

In de Franse regio Centre, tussen Poitiers en Chateauroux en de rivieren de Creuse en de Indre, ligt het prachtige merengebied "Parc Naturel Regional de la Brenne". Een ideale plek voor natuurliefhebbers en vogelaars.
Dit eenzame land met de bijnaam 'Het land van de duizend meren' telt zo'n 1200 plassen, meren, poelen en vennen. Sinds december 1989 staat het park officieel te boek als natuurpark.
La Brenne is een natuurrijk cultuurlandschap, alle meertjes zijn in de middeleeuwen voor de visteelt aangelegd door monniken van abdijen in de omgeving. De vogelrijkdom kan zich meten met die van de belangrijkste draslanden van Europa.
Het gebied kenmerkt zich door een grote verscheidenheid aan bossen, meertjes, heidevelden, weilanden, moerassen, beekjes en talrijke houtwallen en hagen. De verstilde dorpen zijn dun over het gebied verstrooid.
Voordat men La Brenne gaat verkennen is een bezoek aan het Musee de la Brenne in een 12e eeuws kasteel aan te bevelen. Hetzelfde geldt voor het Ecomusee waar veel informatie over de geologie van het gebied wordt geboden. Het beste kan men beginnen in Le Bouchet, in het centrum van het natuurpark. Het is een authentiek boerendorp met huizen die gebouwd zijn van de lokaal gewonnen rode zandsteen: gres rouge. Deze steen is als lateriet bodem ontstaan tijdens het Tertiair, toen in La Brenne een tropisch klimaat heerste.
Het middeleeuwse kasteel van Le Bouchet ligt op een verhoging van deze steen; het is vanuit het natuurpark bijna overal te zien. In Le Bouchet is ook het bezoekerscentrum van het natuurpark, een fraai, oud en streekeigen gebouw, waar naast veel informatie over het gebied ook talrijke agrarische streekproducten, zinvolle nijverheidsartikelen en kunst te verkrijgen zijn.
Het hagenlandschap van La Brenne is uniek, met tal van struik- en boomsoorten als sleedoorn, meidoorn, hazelaar, veldiep en de overal aanwezige koebraam. Maar ook slingerplanten als heggenrank, kleefkruid en spekwortel. Het is een waar eldorado voor vogelsoorten die aan dergelijke hagenlandschappen gebonden zijn. Jammer genoeg laat het onderhoud te wensen over, waardoor ze langzaam dichtgroeien met struiken en bramen. Zo verarmen op den duur niet alleen de flora en fauna, maar verliest het gebied ook zijn verscheidenheid en eigengeaardheid als cultuurlandschap.
De viscultuur zal voorlopig niet uit La Brenne verdwijnen. In de grote en vele kleine, vaak naamloze meren, beoefend men al sinds de middeleeuwen een vorm van visteelt. Al deze meren en meertjes, waarin hoofdzakelijk karper en in mindere mate blankvoorn wordt gekweekt, zijn volledig kunstmatig gevormd en met elkaar verbonden.
Tot de Franse revolutie was deze visteelt vooral monnikenwerk. De vis werd in heel Frankrijk verhandeld. Ook de Parijse hallen werden ermee bevoorraad. Gedurende de Franse revolutie werd de visteelt in La Brenne verboden en stortte deze voor de lokale economie zeer belangrijke activiteit volledig in. Zeer veel meren vielen droog; dammen en sluizen raakten in verval. Pas vanaf 1950 herstelde de visteelt zich weer langzaam. In dat jaar waren er nog 600 visvijvers (5600 ha) over, nu zijn er minstens 1200 (10.000 ha).
Op een paar plaatsen in La Brenne komt de in Frankrijk zeldzame moerasschildpad voor. Wie belangstelling heeft voor insecten en in het bijzonder voor libellen kan in La Brenne zijn hart ophalen. Er zijn meer dan 60 soorten waargenomen. In totaal leven in het natuurpark 26 soorten reptielen en amfibieën, ca. 300 soorten vogels en 60 soorten zoogdieren. Een ongehoord hoog aantal voor een cultuurlandschap.
           

woensdag 27 januari 2010

Geen hekel aan slecht weer

De Iberische Tjiftjaf (Phylloscopus ibericus), heeft geen hekel aan het slechte weer. Het kwieke vogeltje zoekt in het koude water ijverig naar insecten. Met tientallen tegelijk vliegen ze de oevers op en af.

woensdag 20 januari 2010

Blauwe Ekster

Over deze vogel zijn de ornithologen het niet eens. De soort kent twee van elkaar gescheiden populaties. De ene populatie is te vinden in Oost-Azië, het grootste deel van China, Korea, Japan en Mongolië. De andere, veel kleinere, populatie, bevindt zich in het zuidwestelijk deel van het Iberisch schiereiland. Volgens recente taxonomische studies zouden de twee populaties te scheiden zijn op soortniveau, en zou de Europese populatie "Cyanopica cooki" moeten gaan heten. Deze wijziging is echter nog niet overgenomen door FaEu (Fauna Europaea), de blauwe ekster staat dus nog gewoon vermeld als Cyanopica cyanus.
De blauwe ekster is een vogel uit de familie van de kraaiachtigen (Corvidae). Hij lijkt in voorkomen op de ekster, maar is iets smaller en ook iets kleiner met een lengte van 31 tot 35 cm. Verder valt de blauwe ekster op door de blauwe vleugelpunten en staart die terugkomen in zijn naam. De soort trekt meestal rond in groepen van circa 30 dieren. Het zijn over het algemeen echte alleseters, die een uitgebreid plantaardig en dierlijk dieet volgen. De vogels zijn dol op noten en fruit en ze eten erg veel insecten, die ze zowel op de grond als in de bomen of in de lucht vangen. Ook allerhande afval en aas worden gegeten, zoals het een echte kraaiachtige betaamt. In Spanje en Portugal zie je de Europese soort nogal eens op picknickplaatsen en bij campings, waar ze voedselresten proberen te bemachtigen.
De vogels hebben een uitgebreid repertoire aan geluiden: alarmkreten, fluittonen, geschetter, maar ze kunnen ook een aangenaam zacht liedje produceren. Het zijn zeer actieve dieren, die een groot deel van de dag in beweging zijn. Ze leven in groepen in halfopen landschappen en licht beboste streken. In Spanje en Portugal komt de Europese soort weliswaar niet gelijkmatig verspreid over het hele land voor, maar hij is plaatselijk toch vrij algemeen. De indruk bestaat dat de aantallen in deze landen licht toenemen.
De blauwe ekster is een sociale vogel, die in groepen leeft, vaak bestaan die groepen uit één familie. Het broeden vindt plaats in losse kolonies met over het algemeen één nest per boom. Beide partners helpen bij de bouw van het nest, dat meestal in de vork van een tak wordt gebouwd van allerhande kleine takken en twijgen. De binnenkant wordt bekleed met modder, plukjes mos en soms wat veertjes. Waargenomen is dat jonge ongepaarde mannetjes, of jongen van een vorig nest, meehielpen met het grootbrengen van de jongen van een opvolgend nest. De blauwe ekster legt per nest 6 tot 8 eieren, die 15 dagen worden bebroed. 

donderdag 14 januari 2010

IJsvogel - Common Kingfisher, geen last van de kou

Ondanks de lage temperaturen aan de Costa Blanca heeft dit ijsvogeltje (Alcedo atthis) nergens last van, er is volop voedsel. Hoe anders is het met zijn noordelijke soortgenoten die momenteel massaal sterven door kou en voedselgebrek. Meer foto's op; Marjal de Pego-Oliva

Invasie van Blauwborstjes

’s Zomers ben ik ze nog nooit tegengekomen maar ’s winters des te meer. Er is met dit koude weer een invasie van Blauwborsten (Luscinia svecica) in de Marjal.
Het zijn leuke, niet al te schuwe vogeltjes. Spanje heeft zijn eigen ondersoort Blauwborst. Meer foto's op; Marjal de Pego-Oliva

Kleine Zilverreiger trekt nette pak al aan

Hartje winter en donker weer, zelfs aan de Costa-Blanca overdag maar 5º Celsius.
Desondanks is de Kleine Zilverreiger (Egretta garzetta) al bezig om zijn prachtkleed aan te trekken.
Een nieuw seizoen komt er aan.
Meer foto's op; Marjal de Pego-Oliva
Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...