Posts tonen met het label Marjal de Pego-Oliva. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Marjal de Pego-Oliva. Alle posts tonen

zaterdag 25 januari 2014

De laatste der ……..


In 2004 had hij nog een redelijk grote kudde, als hij passeerde dan stond je stof te happen. De tientallen schapen- en geitenpootjes deden het stof opdwarrelen. Hij liep met ferme pas zijn trouwe hond aan zijn zijde, toch was hij toen al 75 maar dat wist ik niet. Ik vond het eigenlijk maar vervelend als hij aankwam, je moest wachten tot hij voorbij was en dat kon lang duren. Ik had hem eigenlijk nooit aangesproken, geen tijd ik wilde vogels fotograferen. Hij was toen niet de enige in de Marjal die met een schaapskudde liep, er waren er meer. Op verschillende plaatsen stonden stallen waar de schapen en geiten in overnachten. Het was een leuk gezicht, de koereigers die meeliften op de ruggen van de dieren. Uitkijkend naar opvliegende insecten en niet bang voor de herder. 


En nu 10 jaar later? …. In de loop van de jaren zijn ze verdwenen de schaap- en geitenkudden, alleen in de zomer loopt er nog één buiten hem. Want hij loopt er nog steeds en ik heb hem eindelijk eens aangesproken. 85 jaar is hij nu verteld hij stralend, en ja zijn gezondheid is nog uitstekend. 40 jaar loopt hij nu met zijn kudde in de Marjal en 45 jaar woonde hij in Andorra in de Pyreneeën, daar is hij ook geboren. Als ik vraag of hij nog wel eens naar Andorra gaat, is het antwoord: een heel enkele keer, maar meestal komen mijn broers hier naar Pego want ik kan de dieren moeilijk alleen laten. Die dieren, daar zijn er in de loop van de jaren nog maar een paar van overgebleven. Geiten heeft hij niet meer, een paar schapen en een nieuwe hond is alles wat er is overgebleven. Het loont niet meer, er is steeds meer woeste grond in gebruik genomen als landbouwgrond en dus is er minder te grazen voor de dieren.


Hoe is het met de dieren in de Marjal vraag ik hem, zijn er meer of minder dan vroeger? Volgens hem zijn het er veel minder en komt dat door het verdwijnen van de woeste grond en de te grote jachtdruk. De hele winter zijn ze aan het schieten en niet alleen schieten ze de prooidieren weg en de vogels uit de lucht, maar ook verknallen ze de rust die overwinterende vogels nodig hebben. Ook zijn er door het gebruik van het landbouwgif, wat ze over de rijstvelden uitsproeien, nu veel minder insecten. Waardoor er een voedselschaarste is. Jammer dat ze een dergelijk mooi stukje natuur zo slecht beheren. En verder loopt hij weer met zijn enkele overgebleven schapen en zijn hond. Een plastic vat meedragend waarop hij straks gaat zitten als zijn schapen een begraasbaar plekje hebben gevonden. 

donderdag 16 januari 2014

De Tjiftjaf, een prima muggenvanger


Door de zachte winter in Noordwest-Europa, zijn er dit jaar beduidend minder overwinterende vogels in de Marjal de Pego-Oliva. Door het vele stilstaande water en de relatief hoge temperaturen zijn er echter veel muggen in de Marjal. En daar maakt de Tjiftjaf dankbaar gebruik van, uit de lucht, tussen het gras en van de sluizen grist hij de muggen. Ze zijn werkelijk van de morgen tot de avond bezig om met grillige vliegbewegingen de muggen te verschalken. 
    

Over de mediterrane vogels is een android-app verschenen van BirdLife International. De app is gratis te downloaden op Google Play

maandag 25 november 2013

Europese moerasschildpad (Emys orbicularis)


Het is al bijna een eeuw geleden dat de Europese moerasschildpad nog voorkwam in Nederland, de laatste werden in een gebied rond Geleen aangetroffen. Ook in Vlaanderen zijn geen waarnemingen uit het nabije verleden of recente waarnemingen bekend. Heel zelden wordt er een Europese moerasschildpad gespot in Nederland, maar deze exemplaren zijn waarschijnlijk door de Maas meegevoerd uit noordelijk Frankrijk. De Europese moerasschildpad is een omnivoor die zowel dierlijk als plantaardig materiaal eet. De paartijd is in de lente, de eitjes worden afgezet in zelfgegraven holen langs de oever. De schildpad heeft verschillende vijanden en parasieten, maar gaat vooral in aantal en verspreidingsgebied achteruit door toedoen van de mens, zoals het droogleggen van moerassen. De schildpad telt zestien ondersoorten en is in het verleden onder verschillende wetenschappelijk namen beschreven. De ondersoorten verschillen vaak in leefgebied maar zijn moeilijk te onderscheiden.


De schildpad is een typische moerasschildpad die zowel in het water als op het land uit de voeten kan. De Europese moerasschildpad zont het grootste deel van de dag om als hij is opgewarmd te gaan jagen, wat meestal in het water gebeurt. Het dier leeft in kleine groepjes en is zeer schrikachtig; bij verstoring duikt de hele groep onder en verschuilt zich urenlang alvorens weer tevoorschijn te komen. Onder biologen die de schildpad onderzoeken staat het dier bekend als een erg schuwe soort die zich ondanks lang wachten vaak niet meer laat zien. Tegenwoordig worden sommige exemplaren van een zender voorzien waardoor het dier beter is te volgen en er  meer informatie over zijn leefwijze en gewoonten kan worden verkregen.

De Europese moerasschildpad is een palearctische soort die voorkomt in zuidelijk en oostelijk Europa tot in noordelijk Afrika en oostelijk tot delen van Azië. Het dier komt vanwege zijn grote verspreidingsgebied zowel voor in heel warme als meer gematigde streken. De levenswijze is hierop aangepast waardoor de verschillende populaties andere overlevingsstrategieën kennen. Populaties die rond het Middellandse Zeegebied voorkomen worden in de hete zomermaanden geconfronteerd met het uitdrogen van waterbronnen en een verminderd aanbod van voedsel. Ze houden hiertoe een zomerslaap, dit is een inactieve periode waarbij de schildpad zich ingraaft en niet op zoek gaat naar voedsel. Populaties in meer gematigde streken hebben minder last van de hitte maar moeten gedurende de winter schuilen tegen vorst. Als delen van het dier bevriezen zal het de winter namelijk niet overleven. Daarom houden de exemplaren een winterslaap, waarbij ze zich ingraven in de modder op de bodem van het water. De schildpad kan hierbij tot 15 centimeter diep in de modder worden aangetroffen en kan zo bevriezing van de toplaag overleven. 


De schildkleur is donkerbruin tot zwart maar kan ook lichter zijn tot olijfbruin. De schildplaten zijn voorzien van gele vlekjes of streepjes die vaak een straalsgewijs patroon hebben. De platen aan de bovenzijde van de rug hebben verschillende namen, afhankelijk van de positie. De grote platen op het midden van de bovenzijde van de rug heten de wervelschilden, dit zijn er altijd vijf. De platen aan de zijkanten, tussen de bovenste rij en de rij aan de schildrand worden de ribschilden genoemd. De buitenzijde van het schild is voorzien van een ring vele kleinere platen die de randschilden worden genoemd. Aan iedere zijde zijn altijd twaalf randschilden aanwezig. Aan de voorzijde zit in het midden, boven de kop, een enkele kleine plaat die het nekschild wordt genoemd. De hoornplaten op de rug kunnen in sommige populaties abnormaliteiten vertonen, zoals extra schilden die vaak asymmetrisch zijn in populaties rond de rivier Louro in Galicië. De reden van dergelijke afwijkingen is niet precies bekend, maar hieraan ligt waarschijnlijk een ongunstige embryonale omgeving, inteelt of watervervuiling ten grondslag. De buikplaten zijn geheel zwart tot bruin met donkere randen, soms zijn de platen lichter tot geel met zwarte markeringen.

De huid van kop en poten is donker van kleur, meestal geelbruin of donkerder tot zwart. Aan de bovenzijde van de nek zijn geen schubben aanwezig. De poten, zijkanten van de kop en de keel dragen wel schubben die echter nooit groot zijn. De huid heeft vooral aan weerszijden van de kop gele vlekjes die kenmerkend zijn voor de soort. De kleur van het oog varieert per ondersoort en kan uiteenlopen van rood tot bruingeel of geel tot wit, de ogen van vrouwtjes hebben minder variatie en zijn geelbruin tot wit.

De poten zijn afgeplat en voorzien van zwemvliezen wat een aanpassing is op het water. De tenen dragen nagels die dienen om voedsel af te scheuren, bij mannetjes zijn de nagels duidelijk langer en sterk gekromd, dit dient als seksueel kenmerk en speelt een functionele rol bij het beklimmen van een vrouwtje tijdens de paring.


Als de schildpadden in de lente hun winterkwartier hebben verlaten zoeken ze het water op en gaan op zoek naar een partner. De voortplantingstijd loopt van maart in de zuidelijkere delen van het verspreidingsgebied tot in juni of later in de noordelijke delen. Het zijn vooral de mannetjes die naar een vrouwtje zoeken. De Europese moerasschildpad is een van de soorten waarbij het mannetje geluiden maakt om vrouwtjes te lokken, welke klinken als korte piepjes. Zodra ze een geschikte partner gevonden hebben wordt het vrouwtje achtervolgd en vaak in haar poten gebeten om haar te immobiliseren. Hoewel dit gedrag normaal is bij moerasschildpadden, is van mannetjes van de Europese moerasschildpad beschreven dat ze erg agressief kunnen zijn. Bij exemplaren die in gevangenschap worden gehouden worden de mannetjes vaak na de paring gescheiden van de vrouwtjes omdat deze laatsten gestrest kunnen raken door de opdringerige mannetjes. Bij de paring klimt het mannetje op haar schild en vindt de copulatie plaats. De paring vindt altijd plaats in het water.

De Europese moerasschildpadden worden ook wel in vijvers gehouden, dit schrijft het European Zoo Nutrition Centre (EZNC) voor als voedsel: hele vissen, rivierkreeften, regenwormen, muizen, kwartelkuikens, eendagskuikens, waterinsecten of garnalen plus vitaminen.

Ik hoef ze niet in mijn vijvertje te hebben, voor je het weet zijn je visjes pleite.

donderdag 29 augustus 2013

Alleen boeren houden van regen

Ik ben waarschijnlijk een boer want ieder jaar rond eind augustus begin ik sterk naar regen te verlangen. Aan het einde van de zomer begin je genoeg te krijgen van de maanden van zon, warmte en droogte. Vrijwel ieder jaar word ik op mijn wenken bediend en gaat het eind augustus ook echt regenen. Maar dit jaar geeft het weerbericht al dagen regen aan maar valt er nog geen druppel.


Als ik dinsdagmorgen - vanaf het dakterras - richting het binnenland kijk zie ik donkere regenwolken uit de richting van de Jálon-Vallei komen. Ik besluit er heen te rijden want er is een bosbrand geweest op de Muntanyeta in Llíber - zie ook Wonen in Spanjeen wil kijken of mijn favoriete stekje bij de oevers van de Río Jalón-Gorgos niet heeft geleden onder de bosbrand. Van verre zie ik de geblakerde bergwand, maar vuur en rook zijn gelukkig niet meer te bekennen. Zo te zien valt het aan deze kant gelukkig nog mee.


Bij het stukje waar normaal veel vogels zitten is het nu doodstil, er is geen vogeltje te zien. Het beetje water wat nog in de rivier staat is bedekt met een dikke laag kroos en zelfs insecten zijn niet te vinden, maar het is gelukkig intact gebleven. Als ik langs het pad verder rij naar het dorp Llíber kom ik langs een brandweerwagen met een paar manschappen zittend langs de berm van het weggetje, zij controleren of het vuur niet opnieuw oplaait. Bij Llíber begint de lucht steeds donkerder te worden maar druppels vallen er nog niet. Ik besluit om via Gata de Gorgos naar de Marjal te rijden, want daar zitten in ieder geval vogels.


Ook in de Marjal hangen donkere luchten boven de rijstvelden, maar ook hier nog geen druppel regen te bekennen. De rijst is haast rijp om geoogst te worden en dieselgemalen pompen het water weg, daarbij vallen de akkers droog zodat de zware combines het land op kunnen. In de droogvallende rijstvelden blijven veel karpers en rivierkreeften achter. 


Reigers en Ibissen, hebben een makkelijk maaltje, de vogels zijn constant op de rijstvelden aan het foerageren. De Witwangstern (Chlidonias hybrida) patrouilleert boven de akkers en duikt steil naar beneden als hij een vis of een rivierkreeft op de half drooggevallen akkers ziet.


Ondanks dat de jongen van de Witwangstern al zelfstandig kunnen foerageren, krijgen ze toch nog regelmatig door de oudervogels een rivierkreeft of een visje toegespeeld. De jonge vogels hebben ook meer vet op te botten dan de ouders, die werkelijk constant in de lucht zijn. De Witwangstern broedt in meren, moerassen en langs rivieren in Zuid- en Midden-Europa, tot diep in Azië en zelfs in Australië. Binnenkort vertrekken de Europese Witwangsterns weer naar Afrika. 


Ondertussen zijn er wel dreigende luchten maar valt er nog geen druppel regen in de Marjal de Pego-Oliva en daar was ik nu juist voor op pad gegaan. 









Gelukkig zie ik een Sprinkhaan die een spelletje met me wil spelen. Ieder keer als ik hem wil fotograferen gaat hij aan de andere kant van de stengel zitten. Het is een exemplaar wat ik nog niet eerder ben tegengekomen met zijn rood, wit en blauwe achterpoten. 



Ik besluit om maar op huis aan te gaan want het weer in de Marjal begint zelfs op te klaren. Regen zal er wel niet meer vallen vandaag.


Woensdag schijnt het zonnetje weer volop boven de plek in Moraira waar ik woon, weggaan heeft geen zin er valt toch geen regen vandaag. 

’s Middags zie ik op het nieuws dat er hagelstenen zo groot als pingpongballen zijn gevallen in de provincie Alicante, ruiten van auto’s en huizen zijn verbrijzeld. Later in de middag komen er berichten van stortbuien met wateroverlast in onder andere Alcoy, Dénia en Jávea. Bij ons valt er nog steeds niets tot 23:00 uur, het moment dat ik deze blog wil posten. Dan begint het te kletteren en te onweren, de elektriciteit valt prompt uit. Honderden zo niet duizenden liters water stromen langs het huis en door de tuin. Het gaat te snel, de naar vocht snakkende aarde kan het niet opnemen. Om 24:00 uur trekt het onweer weg, de regen stopt, de elektriciteit doet het weer. De volgende morgen schijnt als vanouds de zon, want alleen boeren houden van regen en die wonen hier niet. Hoewel? 


Vrijdag 30 augustus 03:00 uur. Het begint te onweren en te regenen en dat doet het rond 12:00 uur nog steeds. Het is een prima regentje die recht naar beneden valt, weg droogte en gevaar voor bosbrand. Hulde aan Onze Lieve Heer!  

zondag 23 juni 2013

Ralreiger ondergaat Metamorfose


Zo ziet de Ralreiger (Ardeola ralloides) er uit als hij rond maart – vanuit tropisch Afrika – weer in Spanje arriveert.


En zo ziet hij er uit in mei. In het voorjaar ondergaat de Ralreiger een ingrijpende gedaanteverwisseling, hij ruilt dan zijn alledaagse kloffie voor het broed- of prachtkleed.



Maar of hij nou zo blij moet zijn met die blauwe snavel?

dinsdag 19 februari 2013

Vogels


Al geruime tijd zijn er heel weinig vogels te zien in de Marjal de Pego-Oliva. Of het komt door de aanhoudende jacht, de crossfietsers, de loslopende honden of door de zachte winter, weten doe ik het niet. Wat ik wel weet is dat het knap frustrerend is om prachtige foto’s van vogels in de sneeuw te zien uit West-Europa en hier doelloos te zitten wachten op een overvliegende mus. Daarom de steven gewend en maar eens kijken of er ergens anders vogels zitten.


Ik kom terecht in de haven van het mooie stadje Altea, want hier zijn regelmatig Kuifaalscholvers te zien, alleen nu niet. Wel zie ik een Knobbelzwaan tussen de bootjes rondscharrelen en dat is heel bijzonder, want Knobbelzwanen steken in principe de Pyreneeën niet over. Door het felle tegenlicht kan ik niet zien of het een tam en gekortwiekt exemplaar is.


Aan het einde van de haven zijn enkele vissers bezig netten te boeten. De meeste van hen zijn donkere mannen uit een Afrikaans land, vermoedelijk Senegal. Hun schip met een registratienummer uit Barcelona ligt langs de kade bij de benzinepomp van Repsol. Tegen het gebouwtje van de benzinepomp aangeleund zie ik de familie W uit U. Het hoogtepunt van de dag voor de familie W uit U is om daar - onder het genot van een slok water – de grootste krant van Nederland te lezen.


Als ik de hoek van het gebouwtje omloop ligt een visser van het vissersschip uit Barcelona, geknield richting Mekka. Dit dagelijks een paar keer herhaalde ritueel blijkt nog heel wat tijd in beslag te nemen.


Ondertussen zie ik dat de hengelaar op het einde van het havenhoofd nog steeds in de zelfde houding zit, terwijl ik toch steeds oplette of hij beet had. Zal ik er naartoe lopen en hem aanstoten om te kijken of hij beweegt?


Toch nog vogels gezien! Maar de soort is moeilijk te determineren





vrijdag 11 januari 2013

Wilde eend verstijfd van Angst?


Geruime tijd geleden
zag ik in de Marjal de Pego-Oliva een Wilde eend (Anas platyrhynchos) die zich merkwaardig gedroeg. Op een modderkluit niet ver van de kant bleef de eend stokstijf en bewegingloos staan. Doordat hij zo stil stond had ik het dier ook niet meteen in de gaten, pas toen ik naar de waterkant liep kwam ik oog in oog te staan. Op handgeklap reageerde hij niet, hij deed net alsof hij er niet was. Pas toen ik wegliep kwam hij in beweging en verdween zwemmend zonder enig geluid te maken.


Ik was
heel het voorval al lang vergeten totdat ik onlangs een zelfde ervaring had. Twee eenden in de sloot hielden zich doodstil toen ik onverwacht langs de waterkant verscheen. Ze maakten geen geluid zelfs hun ogen draaiden niet en ook hier verdwenen ze pas nadat ik was vertrokken. Ik heb er vogelboeken op nageplozen en op internet gekeken maar ik kan er niets over vinden. Het vervelende is dat ik het ook niet kan bewijzen want op een foto staat een eend altijd stil en filmen doe ik niet.


Een vliegende eend
staat op een foto ook stil maar toch weet je 100% zeker dat ze vliegt. Nu heb ik twee problemen 1- Hoe komt het dat die eenden zich niet verroeren en 2- Hoe je:- het zich stilhouden op een foto kunt weergeven. 

donderdag 3 januari 2013

Het begon vannacht te regenen


Ik hoorde
de regen op de dakpannen kletteren, dat was onverwacht want het was tot nu toe stralend weer. Maar toen ik vanmorgen de luiken opende was er toch maar een enkele wolk boven zee te zien. In de loop van de morgen echter kwamen er uit het binnenland steeds meer wolken aandrijven en werd het een sombere dag.


Op Nieuwjaarsdag
was het prachtig weer met veel mensen en nog meer honden op het strand. Ik zag een stevige mevrouw met tien honden die alle kanten uitrenden, met veel moeite kon ik er zes – tezamen met de mevrouw - op de foto krijgen. 


In de middag
langs de Marjal de Pego-Oliva gegaan maar daar waren de meeste paden weer eens afgezet voor de jagers. Overal hulzen en een vertrapt bord dat er afgelopen 22 december een zwijnenjacht was. Nauwelijks vogels te zien, uitgemoord door - of op de vlucht voor - mannen en vrouwen met groene petjes. Egoïsten die de vogels en dieren als hun persoonlijk eigendom beschouwen en aan hun riem hangen of in een tas proppen. Die gedode zwijnen of herten als statussymbool aan de bumper van de SUV binden en die dan pontificaal midden in het dorp voor het café parkeren. Die lui beginnen me steeds meer de strot uit te hangen, een ''gewijde jager'' ben ik nog maar zelden tegengekomen. Wel ingeschoten ramen en doorboorde verkeersborden als er toevallig geen vogeltje voorhanden was. 


De Kleine zilverreiger
(Egretta garzetta) is aan water gebonden en kan moeilijk de bergen invluchten, dus die waren nog aanwezig. Op deze vogels jagen ze normaal gesproken niet maar als er niets anders voorhanden is om op te schieten dan is deze witte vogel wel heel verleidelijk.


De Roodborsttapuit
(Saxicola rubicola) is de eerste zangvogel dat ik voor mijn lens kreeg in 2.013. Het is een grappig niet erg schuw - circa 12 centimeter groot - vogeltje wat steeds naar zijn vaste uitkijkpost terugvliegt. Alleen hij heeft er niet één maar meerdere, je moet dus een tijdje wachten voordat hij weer op zijn stekje terugkomt. 


Roodborsttapuiten
eten insecten. Door hun gewoonte om vanaf een uitkijkpost de omgeving af te speuren lopen ze het risico gegrepen te worden door roofvogels.

vrijdag 17 augustus 2012

De Libellen-verslinder

Prachtig
al die verschillende soorten libellen die er nu rondvliegen in de Marjal de Pego-Oliva.


De Ralreiger (Ardeola ralloides)
is het er helemaal mee eens. Maar heeft geen oog voor hun schoonheid en ziet ze slechts als voedselbron.


In een hoekje
van het rijstveld – verscholen tussen wat riet – staat hij de boel te bekijken en moet hij een keuze maken. Zoals wij kiezen uit aardbeien of citroenijs.


Keuze?
ik neem gewoon een gele.


En die rode
er achteraan. Wil je er ook één? Er zijn er genoeg.


Ik ben maar weggegaan
de één na de ander werkte hij naar binnen. En er waren er inderdaad heel veel, je kon zelfs niet zien dat hij er al zo veel had verslonden. De gulzigaard!

dinsdag 14 augustus 2012

Libellentijd


Ben vandaag
weer eens naar de Marjal de Pego-Oliva geweest en dat viel niet mee. Warm, warm en nog eens warm. Nee, ik moet eigenlijk zeggen heet, heet en nog eens heet. De meeste vogels zijn waarschijnlijk vanwege de hitte al dood van het dak gevallen want ik zag er erg weinig. Behalve een uitermate actieve libellenjager maar daar kom ik in mijn volgende posting op terug. Insecten waren er ook niet veel te zien – planten en bloemen verdroogt – en ik ben niet één vlinder tegengekomen. Jammer dat er aan de Costa-Blanca geen vlindertuin is, ik zou er tenminste geen weten.

Muggen (Nematocera)
zijn er niet te bekennen en het viel me vandaag in de Marjal op dat je ook haast geen zwaluwen ziet. Misschien zijn er in dit uitermate droge jaar onvoldoende insecten voor die luchtacrobaten. 


Libellen (Odonata)
daar waren er honderden van in alle soorten en maten en in diverse kleuren. Moet nog in mijn boekje nakijken welke soorten ik gezien heb maar het is nu om 01:30 in de nacht binnen nog steeds rond de 30 graden. Met de deuren en ramen tegen elkaar open en de ventilator aan. Geen ideale temperatuur om binnen in een boekje te gaan neuzen en ook een beetje laat trouwens.

vrijdag 3 augustus 2012

Minder kieviten in Nederland


Dit jaar zag ik in februari grote groepen kieviten (Vanellus vanellus), die in de richting van de Pyreneeën vlogen op weg naar West- en Midden-Europa. Ook in de Marjal de Pego-Oliva waren er de afgelopen winter heel wat kieviten waar te nemen, naar mijn beleving zelfs meer dan normaal.


Sovon Vogelonderzoek constateerde echter dat er dit jaar in Nederland zo'n achttien procent minder kieviten rondvliegen dan vorig jaar. Er zijn in Nederland volgens Sovon nu naar schatting 150.000 kieviten. Er zijn gegevens verzameld van diverse over Nederland verspreide gebieden met een gezamenlijk oppervlak van circa 40.000 hectare. In 18% van die gebieden zijn de aantallen hetzelfde gebleven, in 30% zijn ze toegenomen en in 52% zijn ze afgenomen. Gemiddeld zijn de aantallen voor heel Nederland 18% lager dan in het jaar 2011.


Sovon is kieviten gaan tellen omdat het - griezelig stil op de velden - zou zijn geworden. De kievit heeft het al meer dan twintig jaar moeilijk in Nederland. De laatste vijf jaar nam het aantal jaarlijks met zes procent af. De oorzaak voor de daling is mogelijk het te lage gemiddelde waterpeil en het intensieve gebruik van het land. Door het te lage waterpeil zouden er minder insecten zijn die de vogels tot voedsel kunnen dienen. Ook hebben ze minder lang de tijd om te broeden, aangezien boeren hun land al vroeg in het seizoen willen gebruiken.

Foto: Overwinterende Kievit in de Marjal de Pego-Oliva, Comunidad-Valenciana

Al in juni trekken de eerste kieviten naar de kustgebieden van Engeland en Frankrijk, om van daaruit gezamenlijk naar het Iberisch schiereiland of zelfs Noord-Afrika te vliegen. In Nederland overwinteren kieviten uit Midden- en Noord-Europa. In zachte winters blijft een deel van deze vogels in Nederland overwinteren, waardoor het soms lijkt alsof de kievit geen trekvogel is.

maandag 11 juni 2012

Een dagje naar de Marjal


Als ik zaterdagmorgen naar buiten loop 

zie ik dat het een beetje bewolkt is, ideaal om weer eens naar de Marjal de Pego-Oliva te gaan want daar ben ik al geruime tijd niet geweest. Nu ligt de Marjal de Pego-Oliva op slechts 35 kilometer van mijn huis maar door de invloed van de bergen ziet het weer er daar soms heel anders uit dan waar ik woon en dat is ook nu het geval. Er is volop zon in de Marjal met alleen boven de bergen wat wolken. Maar gelukkig komt er in de loop van de dag wat sluierbewolking opzetten die het keiharde zonlicht wat zachter maakt. 


De rijstplanten staan al behoorlijk hoog in de Marjal

en er is ook voldoende water. De eerste vogel die ik kan fotograferen is een Zwarte Ibis (Plegadis falcinellus), een vogel die ik nooit eerder in de Marjal ben tegengekomen. Normaal zie je de Zwarte Ibis met meerdere soortgenoten maar deze is alleen en blijft constant op vrijwel dezelfde plek foerageren.


Her en der liggen er in de rijstvelden nesten 

van Steltkluten (Himantopus himantopus), van alle aanwezige vogels maken zij de meeste herrie. Ze bewaken hun nesten goed en gaan onder luid gekrijs onmiddellijk op de wieken als ze een indringer menen te zien. De Kluut (Recurvirostra avosetta), een lid van dezelfde familie, heb ik ook nog nooit in de Marjal gezien. Maar misschien komt dat omdat ze meer van brak en zout water houden.


Ook zie ik deze keer geen enkele roofvogel

en ook van de Blauwe reiger (Ardea cinerea) zie ik maar enkele exemplaren, terwijl het er in de winter vol mee zit. Van de Kleine zilverreigers (Egretta garzetta) zitten er tientallen en er vliegt zelfs een Woudaap (Ixobrychus minutus) over.


De Purperreiger (Ardea purpurea)

is wel goed vertegenwoordigd in de Marjal, ik tel vele exemplaren van deze zomergast. Op het aangeslibde wier in de vaarten zitten ook heel wat jonge Iberische kwikstaarten (Motacilla flava iberiae), ze rennen vliegensvlug achter allerlei insecten aan en hoewel ze nog jong zijn doen ze dat niet om mee te spelen. Één van de kwikstaarten heeft een nylondraad uit zijn snavel hangen met waarschijnlijk een ingeslikt vishaakje. Helaas zie ik regelmatig vogels die haken hebben ingeslikt of verstrikt zitten in netten of visgerei, vooral aalscholvers zijn vaak het slachtoffer. 


Tegen de tijd dat ik naar huis ga

zie ik nog een Steenuiltje (Athene noctua) op het dak van een oude schapenkraal zitten, hij doet net of hij me niet ziet maar heeft me wel degelijk in de gaten. 


Als ik binnendoor terug naar huis rij

zie ik langs de rivier bij Jávea een vogel - ongeveer zo groot als een Kauw - op een elektriciteitkabel zitten. Ik stop om eens goed te kijken en het blijkt een heuse Scharrelaar (Coracias garrulus) te zijn. Één van de kleurrijkste vogels die we in Europa hebben. In augustus of september vertrekt hij al weer naar tropisch Afrika om in april of mei weer terug te keren naar zijn broedgebied. 


Het was een fijn dagje

met heel wat verschillende soorten. Vooral met de Scharrelaar ben ik blij want je komt ze haast niet meer tegen. In Nederland zijn er tussen 1800 en 1996 slechts 62 bevestigde waarnemingen van de Scharrelaar gedaan.

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...