Posts tonen met het label Insecten. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Insecten. Alle posts tonen

maandag 23 september 2013

Gaan we echt massaal aan de insecten?


Ben eens mijn tuintje rondgelopen en het viel niet tegen, ik kwam er veel meer insecten tegen dan verwacht. Is dit wellicht mijn redding in crisistijd? Kan ik zelfvoorzienend worden in mijn behoeften aan proteïnen en vitaminen, ligt er een eigen insectenfarm in het verschiet?

 Als ik de media moet geloven wel, hieronder een selectie;

Het is wellicht even wennen maar nog even en dan eten we “massaal” insecten.
Het vlees van insecten is binnen hooguit enkele jaren te vinden in sauzen en op kant-en-klaar pizza’s. Nu al eten we regelmatig insecten zonder het te weten.

In maar liefst 98 landen staan insecten gewoon op het menu. Tachtig procent van de Wereldbevolking eet regelmatig een portie insecten. In de tropen worden insecten al op grote schaal gegeten, vooral als seizoensproduct. Het gaat om rupsen, sprinkhanen, keverlarven (bijvoorbeeld meelwormen), maar ook om bijen en wespen, wantsen, termieten, mieren, cicaden, en vliegjes.

In Colombia bijvoorbeeld, verkopen ze in de bioscoop geen popcorn, maar geroosterde parasolmieren. Japanners smullen van rijst met gekookte wespen. Dus niet alleen in de tropen worden insecten op grote schaal gegeten maar ook in landen als Japan en China.

In de wereldkeuken zijn volop gerechten te vinden met insecten als ingrediënt. Vers, gedroogd of gewoon uit een blikje. In Zambia belanden rupsen in uien en tomatenstoofpot, in Thailand in de chilipasta. Keverlarven worden in de tropen in hun eigen vet gebakken met wat uien, peper en zout, in Thailand wordt er een gebakken snack van gemaakt. Dat het geen incidenten zijn, blijkt wel uit exportgegevens. Zo wordt in Zuid-Korea de zijderups ingeblikt en verscheept naar de Verenigde Staten, Thailand doet hetzelfde met waterwantsen. Vanuit Zuid-Afrika en Botswana worden jaarlijks honderden tonnen rupsen geëxporteerd. In Nederland beperkt het zich nog tot enkele restaurants en de beroemde rups in een fles Mescal.

Op de wereld zijn circa 1.400 verschillende soorten insecten die voor de mens eetbaar zijn. Omdat insecten zich snel kunnen vermenigvuldigen, liggen hier de grote kansen voor insecten als alternatieve eiwitbron.
 
Van de insecten leeft 24% op het Amerikaanse continent, 24% in Azië, 38% in Afrika en slechts 2% in Europa. Eetbare insecten steken met een gehalte van 40 tot 70 procent aan eiwitten zeer gunstig af bij bijvoorbeeld maïs, dat een proteïnegehalte heeft van slechts 10%.

Vooral de westerse wereld heeft nog altijd moeite met het eten van de kleine diertjes. En dat terwijl in pindakaas toch al 30 insectendelen per 100 gram mee zijn vermalen. Met chocolade worden zelfs 60 insectendelen per 100 gram onbewust meegegeten, terwijl in vruchtensappen gemiddeld 5 fruitvliegeieren en 2 maden meegaan in het productieproces
          




Terwijl ik het bovenstaande liep te overdenken stuitte ik op een Kruisspin (Araneus diadematus) in mijn tuintje. Spinnen zijn geen insecten en deze zou ik dus niet kunnen gebruiken in mijn insectenfarm. Nee, spinnen eten insecten en hij was dus een regelrecht gevaar voor mijn aanstaande voedselvoorraad, net zoals een haas tussen de bloemkool of een slak op de sla. Ik moet hem dus zien te elimineren, maar hoe? Als ik de insectenspuit hanteer komt ook mijn insectenvoorraad om het leven. Als ik met mijn auto door de tuin ga scheuren – zodat hij tegen de vooruit klapt – vernietig ik niet alleen de spin maar ook mijn tuin en auto. Vogels eten spinnen maar ook andere insecten dus dat schiet niet op. Zou ik het eigenlijk wel lekker vinden een knisperende grote tor of een kronkelende vette rups in bladerdeeg? Wat moet er eigenlijk van de tuinvogels worden als ik hun voedsel opeet? 









Nee, ik begin er niet aan, vergeet die insectenfarm ik ga wel naar de Lidl.

zaterdag 25 augustus 2012

2012 IS HET JAAR VAN DE BIJ


De Bij (Apoidea)
is een familie binnen de insecten, die op heel de wereld (behalve Antarctica) op planten met twee zaadlobben voorkomen. Alle bijen zijn echte vegetariërs en leven gedurende hun hele levenscyclus van nectar en stuifmeel. Er zijn momenteel zo'n 20.000 bijensoorten bekend. Binnen de bijenfamilie zijn er twee typen bijen; solitaire en eusociale bijen.


Wilde bijen
zijn solitaire bijen en doen alles alleen; van het nest maken tot voedsel zoeken. Vaak hebben wilde bijen een speciale relatie met hun biotoop. Soms zijn ze zelfs voor hun voedsel geheel afhankelijk van één soort plant (monofaag). Enkel de vrouwelijke wilde bijen hebben een kleine angel. Wilde bijen steken echter bijna nooit, omdat zij geen kolonie hoeven te beschermen.

Eusociale bijen
leven (deels) in een volk waar zij alle taken delen. Hommels en honingbijen zijn beide een voorbeeld hiervan. Honingbijen en hommels vliegen op meerdere soorten planten (polyfaag), waardoor zij minder afhankelijk zijn van een bepaald biotoop. Ook kunnen zij grotere afstanden afleggen; dit kan wel tot 3 kilometer van de kolonie af zijn.


De Honingbij (Apis mellifera)
De honingbij wordt gewaardeerd door de mens vanwege de belangrijke rol als bestuiver van vele plantensoorten zoals fruitbomen. Daarnaast is de honingbij de belangrijkste leverancier van verschillende natuurproducten zoals honing, bijenwas, koninginnengelei en propolis. De honingbij wordt door mensen op grote schaal in kunstmatige bijenkorven gehuisvest voor productiedoeleinden. De honingbij wordt echter - mede door de mens - ook bedreigd, belangrijke oorzaken zijn verschillende bijenparasieten die plagen kunnen vormen en een aantal onbegrepen symptomen die veel bijenvolken hebben doen verdwijnen.


Een bijenzwerm
is een deel van een bijenvolk uit de bijenkast van een imker, dat op stap is gegaan omdat die kast de bijen te krap werd. Dat gebeurt vaak in mei of juni, maar ook wel later. Deze bijen zijn dan op zoek naar een nieuwe woning om daar uit te groeien tot een nieuw volk. Ook jouw tuin kunnen ze uitkiezen voor een korte of langere tussenstop. De zwerm strijkt neer, bijv. op een tak of op de dakrand. Verkenner-bijen speuren intussen verder naar een definitief onderkomen; ze zoeken een plek waar het beschut en donker is. De zwerm is met volle maag van huis gegaan en is daardoor niet steeklustig.

2012 IS HET JAAR VAN DE BIJ. hier vind je meer informatie.

vrijdag 17 augustus 2012

De Libellen-verslinder

Prachtig
al die verschillende soorten libellen die er nu rondvliegen in de Marjal de Pego-Oliva.


De Ralreiger (Ardeola ralloides)
is het er helemaal mee eens. Maar heeft geen oog voor hun schoonheid en ziet ze slechts als voedselbron.


In een hoekje
van het rijstveld – verscholen tussen wat riet – staat hij de boel te bekijken en moet hij een keuze maken. Zoals wij kiezen uit aardbeien of citroenijs.


Keuze?
ik neem gewoon een gele.


En die rode
er achteraan. Wil je er ook één? Er zijn er genoeg.


Ik ben maar weggegaan
de één na de ander werkte hij naar binnen. En er waren er inderdaad heel veel, je kon zelfs niet zien dat hij er al zo veel had verslonden. De gulzigaard!

dinsdag 14 augustus 2012

Libellentijd


Ben vandaag
weer eens naar de Marjal de Pego-Oliva geweest en dat viel niet mee. Warm, warm en nog eens warm. Nee, ik moet eigenlijk zeggen heet, heet en nog eens heet. De meeste vogels zijn waarschijnlijk vanwege de hitte al dood van het dak gevallen want ik zag er erg weinig. Behalve een uitermate actieve libellenjager maar daar kom ik in mijn volgende posting op terug. Insecten waren er ook niet veel te zien – planten en bloemen verdroogt – en ik ben niet één vlinder tegengekomen. Jammer dat er aan de Costa-Blanca geen vlindertuin is, ik zou er tenminste geen weten.

Muggen (Nematocera)
zijn er niet te bekennen en het viel me vandaag in de Marjal op dat je ook haast geen zwaluwen ziet. Misschien zijn er in dit uitermate droge jaar onvoldoende insecten voor die luchtacrobaten. 


Libellen (Odonata)
daar waren er honderden van in alle soorten en maten en in diverse kleuren. Moet nog in mijn boekje nakijken welke soorten ik gezien heb maar het is nu om 01:30 in de nacht binnen nog steeds rond de 30 graden. Met de deuren en ramen tegen elkaar open en de ventilator aan. Geen ideale temperatuur om binnen in een boekje te gaan neuzen en ook een beetje laat trouwens.

donderdag 23 juni 2011

Het Kevertje en de Mieren

Soms maak je een foto en je ziet wat er opstaat maar je weet eigenlijk niet wat er zich nu precies op de foto afspeelt. Dat had ik met deze foto’s ook, ik zag een Kever (Coleoptera) omgeven door een stel mieren. Ik besloot daarom om naar François Vankerkhoven van, “de mieren (Formicidae) van Vlaanderen”, te schrijven en te vragen wat ik zag.


Dit was zijn antwoord:

De mieren zijn blijkbaar van het genus Formica (zoals o.a. onze bosmieren) en het kevertje is van de familie van de bladhaantjes of Chrysomelidae. Vele soorten van deze kevertjes en vooral hun larven leven van de bladluizen (Aphidoidea). Sommige mieren daarentegen, waaronder soorten uit het genus Formica en het genus Lasius (b.v. de wegmier) leven grotendeels van de zoete uitscheidingen van deze bladluizen. Deze mieren beschouwen die bladluizenkolonies dan ook als hun kostbare melkvee en ze beschermen die bladluizen tegen belagers. Dit is wat je waarschijnlijk op de foto hebt vastgelegd: mieren die een kever aanvallen en trachten te verjagen omdat deze hun bladluizen komt opvreten.


Bedankt François, dat lijkt me een plausibele verklaring.

maandag 6 juni 2011

Sprinkhaan

Door het ongekend natte voorjaar aan de Costa-Blanca is er dubbel zoveel werk in de tuin. Normaal is het nu warm en droog maar dit jaar is het vaak bewolkt en valt er regelmatig regen. Door al dat water blijven de planten maar doorgroeien en moet er regelmatig gesnoeid worden.


Afgelopen Zaterdag heb ik een palmboompje afgezaagd en vandaag wilde ik de bladeren opruimen. De kern van het palmboompje was, ondanks dat hij een heel eind was afgezaagd, toch nog doorgegroeid. 


Een Sprinkhaan vond het waarschijnlijk een lekkernij want hij zat er heerlijk aan te knagen. Even stond ik in dubio om de Sprinkhaan snel in mijn mond te stoppen want ze schijnen een delicatesse te zijn, maar ik ben eigenlijk toch meer voor de patat met mayonaise.


Als zo’n Sprinkhaan lekker zit te smikkelen blijft hij rustig zitten als je hem wilt fotograferen maar je kunt aan hem merken dat hij je wel blijft volgen. Al is de lichaamstaal van insecten moeilijk te begrijpen. Zo lag er vorige week al dagen een grote Meikever doodstil en met zijn pootjes omhoog op het terras, hij lag in de schaduw en in de regen en de teckels snuffelden eraan. Iedere keer wou ik het diertje opruimen, maar het kwam er niet van. Ik verbaasde me er wel over dat er geen mieren op het dode insect afkwamen. Gisteren vielen er zonnestralen op het plekje waar hij lag en ik zag in mijn ooghoek dat hij begon te bewegen. Ik heb hem opgepakt en op de vensterbak gezet, ben naar binnengelopen om mijn camera te pakken en weer naar buiten gegaan om hem te fotograferen en weg… Meikever. Ben voor de rest van de dag aan de drank gegaan want een fotograaf die nog niet snel genoeg is om een half dode Meikever te fotograferen, is geen fotograaf.

woensdag 16 juni 2010

Wilde bloemen

Het heeft gisteren geregend, wat een zegen nu hoef ik een week mijn tuin niet te sproeien. De wilde bloemen en planten zullen deze zomer later verdrogen en daardoor langer blijven staan, een groot voordeel voor de insecten die van ze afhankelijk zijn. Ik vind die wilde bloemen en planten trouwens vaak mooier dan die gecultiveerde exemplaren in mijn tuin.

donderdag 11 februari 2010

Land van duizend meren

In de Franse regio Centre, tussen Poitiers en Chateauroux en de rivieren de Creuse en de Indre, ligt het prachtige merengebied "Parc Naturel Regional de la Brenne". Een ideale plek voor natuurliefhebbers en vogelaars.
Dit eenzame land met de bijnaam 'Het land van de duizend meren' telt zo'n 1200 plassen, meren, poelen en vennen. Sinds december 1989 staat het park officieel te boek als natuurpark.
La Brenne is een natuurrijk cultuurlandschap, alle meertjes zijn in de middeleeuwen voor de visteelt aangelegd door monniken van abdijen in de omgeving. De vogelrijkdom kan zich meten met die van de belangrijkste draslanden van Europa.
Het gebied kenmerkt zich door een grote verscheidenheid aan bossen, meertjes, heidevelden, weilanden, moerassen, beekjes en talrijke houtwallen en hagen. De verstilde dorpen zijn dun over het gebied verstrooid.
Voordat men La Brenne gaat verkennen is een bezoek aan het Musee de la Brenne in een 12e eeuws kasteel aan te bevelen. Hetzelfde geldt voor het Ecomusee waar veel informatie over de geologie van het gebied wordt geboden. Het beste kan men beginnen in Le Bouchet, in het centrum van het natuurpark. Het is een authentiek boerendorp met huizen die gebouwd zijn van de lokaal gewonnen rode zandsteen: gres rouge. Deze steen is als lateriet bodem ontstaan tijdens het Tertiair, toen in La Brenne een tropisch klimaat heerste.
Het middeleeuwse kasteel van Le Bouchet ligt op een verhoging van deze steen; het is vanuit het natuurpark bijna overal te zien. In Le Bouchet is ook het bezoekerscentrum van het natuurpark, een fraai, oud en streekeigen gebouw, waar naast veel informatie over het gebied ook talrijke agrarische streekproducten, zinvolle nijverheidsartikelen en kunst te verkrijgen zijn.
Het hagenlandschap van La Brenne is uniek, met tal van struik- en boomsoorten als sleedoorn, meidoorn, hazelaar, veldiep en de overal aanwezige koebraam. Maar ook slingerplanten als heggenrank, kleefkruid en spekwortel. Het is een waar eldorado voor vogelsoorten die aan dergelijke hagenlandschappen gebonden zijn. Jammer genoeg laat het onderhoud te wensen over, waardoor ze langzaam dichtgroeien met struiken en bramen. Zo verarmen op den duur niet alleen de flora en fauna, maar verliest het gebied ook zijn verscheidenheid en eigengeaardheid als cultuurlandschap.
De viscultuur zal voorlopig niet uit La Brenne verdwijnen. In de grote en vele kleine, vaak naamloze meren, beoefend men al sinds de middeleeuwen een vorm van visteelt. Al deze meren en meertjes, waarin hoofdzakelijk karper en in mindere mate blankvoorn wordt gekweekt, zijn volledig kunstmatig gevormd en met elkaar verbonden.
Tot de Franse revolutie was deze visteelt vooral monnikenwerk. De vis werd in heel Frankrijk verhandeld. Ook de Parijse hallen werden ermee bevoorraad. Gedurende de Franse revolutie werd de visteelt in La Brenne verboden en stortte deze voor de lokale economie zeer belangrijke activiteit volledig in. Zeer veel meren vielen droog; dammen en sluizen raakten in verval. Pas vanaf 1950 herstelde de visteelt zich weer langzaam. In dat jaar waren er nog 600 visvijvers (5600 ha) over, nu zijn er minstens 1200 (10.000 ha).
Op een paar plaatsen in La Brenne komt de in Frankrijk zeldzame moerasschildpad voor. Wie belangstelling heeft voor insecten en in het bijzonder voor libellen kan in La Brenne zijn hart ophalen. Er zijn meer dan 60 soorten waargenomen. In totaal leven in het natuurpark 26 soorten reptielen en amfibieën, ca. 300 soorten vogels en 60 soorten zoogdieren. Een ongehoord hoog aantal voor een cultuurlandschap.
           
Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...