zondag 3 januari 2010

Afrikaanse Nimmerzat ver van huis

Deze Afrikaanse Nimmerzat verblijft al een paar jaar in de rijstvelden en natuurgebieden van de Comunidad Valenciana zoals de Marjal de Pego-Oliva en de Albufera van Valencia En dat is vreemd want hij hoort zoals zijn naam al zegt thuis in Afrika en niet in Spanje.
De Afrikaanse Nimmerzat (Mycteria ibis) is een grote waadvogel uit de familie van de ooievaars. Hij heeft een lengte tussen de 95 en 104 centimeter en heeft een spanwijdte tussen de 1.50 en 1.65 meter. Zijn fel gele snavel kan een lengte behalen van 25 centimeter. Over het algemeen is de Afrikaanse Nimmerzat vrij wit. Zijn kruin en nek zijn iets grijzig. Sommige veren hebben aan de toppen een roze/rode kleur. In vlucht zie je de brede, zwarte strepen op de boven- en ondervleugel. Ook zijn kleine staart heeft een zwarte kleur. Aan de basis van zijn gele snavel begint zijn bloedrood gezichtsmasker. Dit gedeelte van de kop is kaal. Het masker is op afstand makkelijk te zien en is dus ook een typerend kenmerk. De poten verschillen in kleur van licht roze tot bloedrood. Mannetjes en vrouwtjes zijn vrijwel gelijk van uiterlijk.
De Afrikaanse Nimmerzat is een inactieve vogel. Hij rust veel uit op de dag of staat in het water te wachten op prooi. Zijn manier van voedsel vangen is zeer speciaal. Hij plaatst zich in het ondiepe water aan de rand van een meer. Daar gaat hij met een open snavel staan wachten tot er een mogelijke prooi langs zwemt. Hij staat bekend om zijn uiterst snelle reactievermogen wanneer het gaat om voedsel vangen. Hij weet bijna iedere prooi uit het water te vissen. Als de zon te hard schijnt, spreidt hij zijn vleugel en zorgt dat er schaduw op de plek valt waar hij aan het vissen is. Soms lopen Afrikaanse Nimmerzatten ook door het water; met hun snavel open en op en neer wiegend. Zijn voedsel keuze bestaat uit een lijstje van kikkers, kleine vissen, waterinsecten, kreeftachtigen, kleine zoogdieren en wormen. In vlucht is de Afrikaanse Nimmerzat ook makkelijk te herkennen hij vliegt met uitgestrekte nek en poten. Zijn vleugelslagen zijn sterk en snel; niet zoals van andere grote vogels.
Als hij grote afstanden moet afleggen, thermiekt hij op de warme luchtstromen. De Afrikaanse Nimmerzat trekt vaak samen op met andere grote waadvogels. Hierbij horen de Reigers, Pelikanen en andere Ooievaar-soorten. Hij slaapt meestal in een hoge boom naast of in de buurt van een plas of meer. Geluid maken de Afrikaanse Nimmerzatten vrijwel nooit. Alleen tijdens het broedseizoen kunnen ze luidruchtig worden. Ook doen ze, net zoals andere ooievaars, klapperen met hun snavel. Meer foto's op; España La Albufera en España Marjal de Pego-Oliva

Óbidos

Dit betoverende stadje met zijn pittoreske witte huizen ligt binnen 14de-eeuwse muren.
Vanaf ca. 713 is de stad in handen van de moslims van Al-Andalus, die op de heuvel een versterking bouwden. In maart 1147 valt de stad aan de eerste koning van Portugal, Alfons I (Alfons de Veroveraar), die het op de moslims veroverde. De legende verhaalt over de ridder Gonçalo Mendes da Maia die in z'n eentje verantwoordelijk zou zijn voor de overwinning op het kasteel. De inname van Óbidos betekende het einde van de Reconquista in Estremadura.
Toen de latere koning Dinis in 1282 trouwde met Isabella van Aragón was Óbidos een van zijn huwelijkscadeaus. Destijds was Óbidos een belangrijke haven, maar in de 16de eeuw verzande deze en verminderde het strategisch belang van het stadje.
In het stadje bevind zich een schandpaal (pelourinho) die is versierd met een visnet, het embleem van Dona Leonor, de vrouw van Dom João II. Zij koos het ter ere van de vissers die vergeefs hadden getracht haar zoon van verdrinking te redden. Tegenover de schandpaal staat de kerk Santa Maria waar de toekomstige Alfons V op tienjarige leeftijd trouwde met zijn achtjarig nichtje Isabel.
Meer foto's op; Portugal, Óbidos

Slangenarend kiest voor veilige trekroute


Op 4 plaatsen 
in het centrale deel van de Middellandse Zee (het Ligurische Arenzano in het noordwesten van Italië; Kaap Circeo ten zuiden van Rome; Marettimo, één van de Egadische eilanden van West-Sicilië en Malta) werd de migratie van de Slangenarend (Circaetus gallicus) gevolgd. In Arenzano werden 476 individuen geteld, 368 volwassen exemplaren, 6 immaturevogels en 102 juvenielen.


Op de drie andere plaatsen 
werd nauwelijks trek vastgesteld, met uitzondering van Marettimo waar 8 exemplaren genoteerd werden. Bovendien werden boven de Apennijnen 289 in noordwestelijke richting trekkende Slangenarenden opgemerkt. Dit wijst erop dat de soort de afstand van de oversteek naar Afrika over zee tot een minimum beperkt en verkiest via de Straat van Gibraltar te vliegen waarbij gretig gebruik gemaakt wordt van lange zweefvluchten.

zaterdag 2 januari 2010

Jaén Andalucía

Toen de Moren via de Straat van Gibraltar Spanje binnenvielen, vonden zij Jaén niet echt belangrijk. Zij hadden hun oog laten vallen op Castilla en steden als Madrid en Toledo. Jaén was dus meer een tussenstop en vermoedelijk noemden de Moren haar 'Yayyan' (kruispunt van karavanen). Jaén behoort vandaag tot de gelijknamige provincie, die één van de armste van Spanje is, maar de stad wordt wel omschreven als de 'Hoofdstad van de Olijfolie'.
Tussen de bergketens van de Sierra de Las Villas (tot 1341 meter) en de Sierra de Segura (tot 1993 meter) en de Sierras de Cazorla en Del Pozo (tot 2107 meter), ontspringt de 570 km lange rivier Guadalquivir, die onder meer ook Sevilla en Córdoba bevloeit en uitmondt in de Atlantische oceaan bij Sanlúcar de Barrameda.
De geschiedenis van Jaén loopt gelijk met die van héél Andalucía: eerst kwamen de Feniciërs, vervolgens de Romeinen, de Vandalen en Visigoten en uiteindelijk de Moren. Jaén werd echter sneller dan andere steden van hun heerschappij losgeweekt omdat de toenmalige Almohaden dynastie op 16 juli 1212 in het 60 km verder gelegen Las Navas de Tolosa (bij La Carolina en de Sierra Morena) door Koning Alfons VIII van Castilla werd verslagen. De Reconquista met nadien de 'katholieke koningen' Ferdinand van Aragon en Isabella van Castilla nam de heerschappij toen over. Alleen de dynastie van de Nasriden in Granada zou het nog uithouden tot begin 1492. Later zou Jaén nog een slagveld worden tijdens de zogeheten ' Peninsula Oorlog' en de strijd tegen de troepen van Napoleon.
Interessante stadjes in de omgeving van Jaén zijn Úbeda (54 km) en Baéza (45 km), die door de Unesco werden geklasseerd als werelderfgoed voor hun prachtige renaissance architectuur. Andere stadjes die en bezoek lonen zijn het kleine Segura de la Sierra op 195 km van Jaén. Het huisvest Arabische baden en een machtige bijna intacte (maar in de 19de eeuw wel gerestaureerde) duizend jaar oude Moorse vesting, 1200 meter boven de zeespiegel. Hornos de Segura ligt 20 km verder op 175 km van Jaén. Het is nog kleiner en ligt ongeveer 830 meter hoog. Hier prijkt nog een Moorse toren en er zijn diverse moois kerkjes. Cazorla (98 km van Jaén) ligt tussen twee kastelen: La Yedra en Cinco Esquinas in het natuurpark van Cazorla. Deze stadjes zijn ideaal voor liefhebbers van landelijk toerisme. In de omgeving gedijen mooie natuurparken in deze bergachtige provincie en men vind er vele olijfboom plantages, er is hier ook jasmijn, tijm en lavendel te vinden.
Het natuurpark van Cazorla, Segura y Las Villas is met een totale oppervlakte van 214.000 ha het grootste van Spanje. Op 45 km van Jaén bevind zich het 61.000 hectare grote Parque Natural Sierra de Andújar. Daarin staat de Santuario Virgen de la Cabeza. Zij werd verwoest (en later heropgebouwd) tijdens de Spaanse Burgeroorlog toen leden van de Guardia Civil zich erin hadden verschanst. Jaén heeft een gematigd klimaat met een gemiddelde regenval van 800 mm per jaar. De meeste regen valt van december tot februari. Tussen oktober en mei kan vorst optreden in de hogere berggebieden, maar in de zomer wisselt de temperatuur van 27 tot 30°.
Meer foto's op; España Jaén

Ooievaars niet honkvast

Uit een onderzoek waarbij enkele Ooievaars (Ciconia ciconia) enkele jaren na elkaar per satelliet gevolgd werden op weg naar hun winterkwartieren, bleek dat de vogels hun overwinteringgebied vermoedelijk uitkozen in functie van het voedselaanbod en bijgevolg niet altijd dezelfde regio opzochten. Een vrouwtje Ooievaar, dat in juli 1999 in Zwitserland werd uitgerust met een zendertje, overwinterde in 2000 in Marokko en Algerije en vertoefde van mei tot augustus in Centraal-Spanje. In 2001 overwinterde deze vogel in Algerije en broedde vervolgens in het zuiden van Duitsland.
Meer foto's op, Ooievaars

Koereiger versus Torenvalk

Een Franse ornitholoog keek op 25 november 2000 toe hoe een Koereiger (Bubulcus ibis) een Torenvalk (Falco tinnunculus) achtervolgde en hem, na een tiental seconden zijn prooi – een bidsprinkhaan – ontfutselde, ondanks verwoede pogingen van de valk om de reiger van zich af te schudden.
Meer foto's op; Galeria de Aves

vrijdag 1 januari 2010

De Lusitano, intelligent, moedig, snel en flexibel


De Lusitano 
is een barok paard welke nauw verwant is aan de Andalusiër. Het land van herkomst van de Lusitano is Portugal. Volgens de overlevering leefden de paarden aan de oevers van de Taag. Het zou een kudde merries zijn geweest welke bevrucht werden door de wind. Hun zonen zouden zo snel als de wind geweest zijn. Ook nu nog worden de Lusitano's daarom "zonen van de wind" genoemd. Vroeger werden deze paarden vooral als cavaleriepaard gebruikt, voor het drijven van vee en voor het stierengevecht. Het stamboek van de Lusitano en de Andalusiër is tot 1963 altijd samen gegaan.


In Spanje en Portugal 
is door archeologische onderzoeken gebleken dat de voorouder van de Lusitano de Sorraia al 20.000 jaar v. Chr. bestond. Er zijn grottekeningen gevonden van ca. 20.000 jaar v. Chr. deze laten zien op welke manier de bevolking werkte met de Sorraia. Daarnaast zijn er gereedschappen gevonden om touwen te maken. Deze touwen werden gemaakt van paardenhaar. De Sorraia zijn direct verwant aan de Tarpan. Ze vinden hun oorsprong mogelijk in de westerse regio van het Iberisch schiereiland. Overlevende dieren van wat ooit een grote populatie was kunnen nog worden gevonden in een gebied tussen de Sor en Raia rivieren, waar het ras ook zijn naam aan dankt. Traditioneel werden Sorraia’s gebruikt als rijdieren en voor licht werk. Ze waren populair als werkpaarden voor veehouders in het gebied. Aangenomen wordt dat de Spaanse conquistadores enkele paarden meenamen naar Amerika, aangezien er genetische sporen van Sorraia’s zijn aangetroffen bij enkele paarden daar.


De Lusitano 
is, evenals zijn neef het zuivere Spaanse Raspaard rond gebouwd. Zijn hoofd is mooi getekend, met een lang en recht, soms ietwat bol, voorhoofd. De ronde, vrij hoog gedragen hals komt uit in een lange schouder en niet al te geprononceerde schoft. De rug is gespierd en lang, het kruis loopt iets schuin af. De gehele achterhand straalt kracht uit. De benen zijn dun, maar heel sterk. De overvloedige zijdeachtige manen worden over het algemeen lang gelaten. De stokmaat van de Lusitano ligt tussen de 1.52m en de 1.63m. De meest voorkomende kleur bij de Lusitano is schimmel en bruin, in alle mogelijke schakeringen. De Lusitano kan voor alle takken van sport ingezet worden. Lusitano's werken graag. Hun uithoudingsvermogen is enorm. De paarden zijn intelligent, moedig, snel en flexibel.


De Lusitano 
wordt in Portugal gebruikt bij het stierenvechten. Anders dan in andere Latijnse landen wordt hier vanaf het paard met de stier gevochten, en wordt de stier niet gedood. De stier wordt uitgedaagd door de stierenvechter en het paard; het paard moet erg behendig zijn om niet door de hoorns van de stier geraakt te worden. De Lusitano's worden getraind in de kunsten van de Hogeschool, die goed van pas komen tijdens zo'n stierengevecht. 

Meer foto's op; Toros y Caballos
Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...