Posts tonen met het label Zuid-Europa. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Zuid-Europa. Alle posts tonen

dinsdag 1 april 2014

Wit met een blauw randje


Net zoals in veel andere streken op het Iberisch schiereiland zijn ze in Alentejo traditioneel gek op de combinatie wit met blauw. Vrijwel alle gebouwen hebben dan ook deze kleurencombinatie, hoewel er de laatste jaren ook wat andere kleuren opduiken.


Sommigen laten het niet bij een in wit met blauw geschilderd huis en hebben zelfs hun wasgoed in die twee kleuren.

Vroeger werden deuren en luiken van huizen vaak blauw geverfd omdat men dacht dat de kleur blauw de kracht had om kwade machten te verjagen. Nu is dit niet meer om de kwade machten buiten te houden maar de vliegen. Deze schijnen een hekel te hebben aan de kleur blauw.

Betekenis van de kleur Wit (Volgens sommigen is wit geen kleur): vreugde, feest, waarheid, reinheid, blijdschap, tederheid, liefde.

Betekenis van de kleur Blauw: goddelijkheid, oneindigheid, onschuld, melancholie, oprechtheid.

dinsdag 6 december 2011

Klote Beesies


Ze zijn het gezicht van de tuin en geven er dat mediterrane accent aan, “de Palmbomen”

Ze zijn als kleine boompjes geplant met de gedachte om er later in een hangmat onder te liggen.

Om één te zijn met de natuur, de zee en de wolken.

Vergeet het maar!!!
De uitdrukking “Ik gun je veel personeel”, om aan te geven dat je dan gebukt kunt gaan onder veel zorgen en narigheid, slaat nergens op. Nee, “ik gun je veel palmbomen”, dat zaagt pas hout. Fout is natuurlijk dat ik me niet eerst heb verdiept in de diverse palmensoorten. Zo heb ik een piepkleine  “Washingtonia Robusta” bij het zwembad geplant – je ziet links op de foto zijn stam -, die boom is inmiddels zo groot dat ik hem met een ultra-groothoek nog niet helemaal op de foto krijg. Ik weet nu dat ze 25 meter hoog worden en als je pech hebt zelf 30 meter, de naam “Robusta” had me aan het denken moeten zetten. Ieder jaar moet er een mannetje inklimmen - met ijzers onder zijn schoenen - om de dode bladeren af te snijden en de stam te schillen. In de zomer is de bloei en vallen de uitgebloeide bloempjes in het zwembad, waardoor het filter verstopt. In de herfst vallen er tientallen kilo’s bessen vanaf, waardoor regelmatig de zwembadpomp in de soep draait. Het terras wordt gitzwart van die bessen, zoals je op de foto kunt zien. Ieder dag moet ik met een blazer die bessen weghalen,met een hogedrukspuit het zwart van de tegels en met een schepnet de bessen uit het zwembad. Maar erger is dat die bessen ook in de vijver vallen waardoor het water dood slaat en de vissen stikken. De natuur zelf is dus eigenlijk niet natuurvriendelijk, ik was dan ook van plan om die palm met een kraan weg te laten halen. Alleen er is iets tussen gekomen…………   

Van de week zat namelijk dit beestje in de tuin, de Palmsnuitkever of Rode snuitkever (Rhynchophorus ferrugineus) - in het Spaans  Picudo rojo -. Haar larven hebben het voorzien op de andere palmbomen in de tuin zoals de Phoenix Canariensis en in mindere mate ook de Phoenix Datilifera.

De vraatzucht van deze larven is zo groot dat ze zelfs al spreekwoordelijk is, “Kevertje rood, palmpje dood”. De Palmsnuitkever werd voor het eerst ontdekt in de palmoase “Wadi Feran” in de Sinaï woestijn. Vervolgens verspreidde hij zich snel over het hele Middellandse Zeegebied. De rode kever is vrijwel onmogelijk te bestrijden. Vooral omdat de palmen vaak in openbare parken en langs boulevards staan, waar je niet met giftige middelen kunt spuiten. Inspuiten is wel geprobeerd, maar met een mager resultaat en tegen hoge kosten. Rondom de Palmsnuitkever is inmiddels een hele business ontstaan waar flink wat geld in omgaat. Ik ben bang dat we de palmbomen kunnen afschrijven en dat ik die hangmat niet hoef aan te schaffen.

Temeer omdat een nog een Palmen-Killer bij mij in de tuin zit, namelijk de Palmmot (Paysandisia archon). Maar daar ben ik pas achter gekomen nadat ik op zoek ging naar meer informatie over de Palmsnuitkever.
Ieder jaar in Augustus heb ik allemaal van die leuke vlindertjes in de tuin en ik was daar best een beetje trots op om dat ik dacht dat ik mijn tuin vlindervriendelijk had gemaakt door de beplanting. Dat klopt ook wel maar niet de soort beplanting die ik voor ogen had. Ik was zelfs pissig als de merels er één te pakken hadden genomen, wat je kon zien aan de achtergelaten vleugeltjes op het terras. Ik vond het wel raar dat ik ze niet in mijn vlinderboekje zag staan, maar daar staan wel meer vlinders niet in. Dit schrijft Wiki erover;
De palmmot (Paysandisia archon) is een nachtvlinder uit de familie van de Castniidae. De spanwijdte is 9 tot 11 centimeter. Door zijn verschijning en doordat de soort overdag vliegt wordt het dier makkelijk voor dagvlinder aangezien. De palmmot is polyfaag op palmen.

De soort komt van oorsprong voor in Argentinië en Uruguay. Halverwege de jaren negentig van de twintigste eeuw is de soort geïntroduceerd in Frankrijk, waar hij waarschijnlijk met geïmporteerde planten is meegekomen. Sindsdien heeft de soort zich in Zuid-Europa verspreid en vormt daar een plaag voor palmen.
Ik weet het zeker! mijn tuin gaat op de schop en ik maak een rotstuintje met vetplantjes en cacteeën. Maar eerst maar eens informeren wat daar nu weer mis mee kan gaan. Hoewel knotwilgen misschien ook niet zouden misstaan en het is eens wat anders.
Op het blog van Wonen in Spanje kun je meer lezen over de Palmsnuitkever.

donderdag 16 juni 2011

Graszanger - Zitting Cisticola

De Graszanger (Cisticola juncidis) vliegt vaak, in zigzaggende vlucht, een eindje met je mee. Onderwijl een gezang producerend wat nog het meest op het geluid van een herhaald knippende schaar lijkt. 

De Graszanger is een insecteneter met een lengte van ca. 10 cm en een gewicht van 8 tot 12 gram. Hij komt voor in Zuid-Europa, Noord-Afrika en in Zuid-Azië tot aan Noord-Australië in moerassen, vochtige graslanden, maar ook in korenvelden en op steppen. De Graszanger is geen trekvogel, maar blijft het hele jaar in hetzelfde gebied.

Typerend aan de Graszanger is, dat als hij zingt, je ziet dat de vogel een zwart keelgat heeft. Ik heb hem de bijnaam het “dropvogeltje” gegeven, omdat hij door dat zwarte bekkie sprekend lijkt op een kind met een dropmond. Of je die dropmonden in Nederland nog ziet weet ik niet, in mijn jeugd had je dropveters en die gaven een prima resultaat.


De graszanger heette vroeger Waaierstaartrietzanger. In Nederland komt hij voornamelijk voor in Zeeuws-Vlaanderen. Het is een zeer wintergevoelige soort die massaal het loodje legt bij langdurige vrieskou. Zijn de winters een aantal jaren mild dan rukken ze vanuit hun normale leefgebied in Zuid-Europa op naar het noorden en kunnen dan ook Nederland bereiken.

woensdag 22 september 2010

Grutto’s blijven in Zuid-Europa hangen

Grutto’s (Limosa limosa), 
blijven tijdens de trek veel vaker dan gedacht in Zuid-Europa hangen. Dat is één van de conclusies van de Rijksuniversiteit Groningen, na een jaar onderzoek met gezenderde grutto’s.

Boven; Grutto in zomerkleed.

Balans
Aan het eind van het afgelopen broedseizoen werd de balans opgemaakt van een jaar onderzoek met vijftien grutto’s – veertien vrouwtjes en één mannetje – die in mei 2009 een zender in de buik kregen. Het onderzoek leverde ook een teleurstelling op, waarschijnlijk heeft geen van de gezenderde vogels met zekerheid succesvol gebroed. Van slechts één van de vogels werd een nest gevonden met twee misvormde eieren. Voordat die konden uitkomen werden ze gepredeerd.

Rechts; Broedende Grutto.



Beneden; Een Grutto, hier samen met een Grauwe gans, is kleiner dan de meeste mensen denken.






 
 
 
 
 
Rechts; Foeragerende Grutto’s in winterkleed, Rio Odiel, Huelva, España
 



Terugweg
Ook op de terugweg blijkt Europa een belangrijke rol te spelen in de trek. Met name de rijstvelden rond Lissabon en in de Spaanse Extremadura zijn van groot belang. Eén vogel bleef op de weg terug naar Friesland voor langere tijd in de Camargue, in Zuid-Frankrijk.












Links en beneden: De rijstvelden bij Lissabon in Portugal en Huelva in Zuid-Spanje.

Boven; Foeragerende Grutto in zomerkleed, Plan Tureluur, Schouwen-Duiveland, Nederland


Al met al 
kan ik die Grutto’s goed begrijpen, tenslotte ben ik zelf ook in Zuid-Europa blijven hangen.

woensdag 4 augustus 2010

Cicade

In de warmste maanden van de zomer en in de nazomer, hoor je overdag aan de Costa-Blanca en in de rest van Zuid-Europa een typisch geluid. Het zwelt hard aan en valt dan weer weg waarna het na enige tijd weer oplaait, het zijn de zingende Cicaden in Spanje “Cigarra” genaamd.
Deze insecten leven eerst jarenlang als larve onder de grond. Ze komen tevoorschijn om voor het laatst te vervellen en te paren. Met een legboor leggen de vrouwtjes eitjes in boomtakjes.
De allerluidste Cicade is de Afrikaanse cicade die tot 107 dB produceert. Geluidsvolume is belangrijk voor een Cicade; het is voor mannelijke dieren namelijk het enige wat de vrouwtjes aantrekt. Het geluid maken ze met twee organen die langs elkaar strijken, de zgn. tymbalen. Ze bevinden zich achteraan de kop, iets voor de plek waar de vleugels bevestigd zitten, het zijn niet-zichtbare organen. Vrouwelijke Cicaden hebben geen tymbalen wel kunnen ze met de vleugels klapgeluiden maken. Iedere Cicade heeft een eigen zang en de frequentie hangt veelal af van de temperatuur, omdat koudbloedige insecten sneller worden als het warm is. De Cicade wordt vaak ten onrechte voor een krekel aangezien.

zondag 20 juni 2010

Ralreiger - Squacco Heron

De Ralreiger (Ardeola ralloides) 
is een kleine, goed gecamoufleerde reiger die daardoor vaak moeilijk is waar te nemen.


Rozig - beige 
of zandkleurig op de grond, maar tijdens de vlucht met opvallend witte vleugels. Hij wordt meestal gezien in oevervegetatie of op drijvende waterplanten, langs of op stille rivieren en meren.


De Ralreiger 
vangt visjes, amfibieën, rivierkreeftjes en insecten door geduldig te wachten en te kijken. Hij foerageert minder actief dan de Zilverreigers en wacht liever totdat er iets binnen zijn bereik komt.


De Ralreiger 
heeft een gewicht van 250 tot 350 gram, een lengte van 44 tot 47 cm. en een spanwijdte van 70 tot 86 cm. Zijn status is kwetsbaar en hij komt vrijwel alleen in Zuid-Europa voor. De vogel is over het algemeen zwijgzaam.


Hij nestelt 
in wilgenbosjes of dicht riet, in losse kolonies of met andere reigers. De 4 tot 6 eieren komen na circa 23 dagen uit. De juveniele vogels zijn donkerder van kleur en hebben een meer gestreept verenkleed.


De meeste Ralreigers 
trekken in de herfst naar Afrika en keren terug naar Europa in maart en april.

donderdag 10 juni 2010

Kokmeeuw

De Kokmeeuw (Chroicocephalus ridibundus) is in Europa een veel voorkomende meeuwensoort.
Het is gedeeltelijke een trekvogel en in Noordwest-Europa zowel zomer als wintergast. In Zuid-Europa komt hij alleen als wintergast voor, tussen maart en oktober zie je hem aan de Costa-Blanca vrijwel niet.
De kokmeeuw broedt in IJsland, Brittannië en Ierland, van Frankrijk oostwaarts en lokaal tot in het hoge noorden. Oorspronkelijk is deze meeuw een typische binnenlander. Maar omdat hij zich, wat het vergaren van zijn kostje en het vinden van broedgebieden betreft, goed heeft kunnen schikken in de schaarse ruimten die het cultuurlandschap hem heeft gelaten, is het hem voor de wind gegaan en in zulke aantallen toegenomen, dat gebiedsuitbreiding tot in de zilte streken noodzakelijk bleek.
De jongen bezitten een grijsachtige kop, een oranje snavel met een zwarte punt, een lichtbruine baan over de vleugel en een zwarte band over de staart. Hun buitenste grote slagpennen zijn zwart. Hoe ouder de meeuwen worden, hoe meer de bruine baan verdwijnt. Ze hebben een gewicht tussen de 225 en 350 gram en worden van 34 tot 37 centimeter groot, ongeveer het formaat van een stadsduif.
Het zijn alleseters, die zich onder anderen voeden met larven, slakken en wormen, die ze vinden in wei en bouwland. Ze eten ook visjes, vogeleieren, muizen en kleine vogels. Ze scharrelen tussen het drijvend afval en kunnen met tientallen afkomen op gestrooid brood. Veel kokmeeuwen houden zich er ook mee bezig om al vliegend insecten te vangen. Graag lopen ze mee met het eerste opkomende water, terwijl ze uitkijken naar sporen van bodemdieren, die door het vloedwater tot actie komen. In iets dieper water zwemmen ze ook rond, uitkijkend naar al het eetbare dat het waagt om onder ze door te zwemmen.
Een andere techniek is het slik trappelen. Daarbij bewegen ze zich, al trappelend langzaam achterwaarts. In het opwervelende water en slib komen er wormen en zagers te voorschijn die snel worden binnengeslikt.
Lange tijd werden kokmeeuwkolonies bestreden, door bijvoorbeeld het rapen van de eieren en afschot. Hiervoor werden twee redenen aangevoerd; de eerste was eutrofiëring van voedselarme vennen door de uitwerpselen van de meeuwen, de tweede betrof het vermoeden dat kokmeeuwen een negatieve invloed uitoefenen op de stand van andere vogelsoorten. Een nadeel van het bestrijden van de kolonies is dat de verstoorde kokmeeuwen vaak agressief en roofzuchtig worden nadat hun nesten geruimd zijn. Men vermoedt ook dat eenmaal verstoorde meeuwen gewoon op een andere plaats alsnog een nest jongen grootbrengen. 

maandag 22 maart 2010

Steltkluut - Black-winged Stilt

Je kunt hem weer op de wetlands van Zuid-Europa aantreffen terug uit Midden-Afrika, de Steltkluut (Himantopus himantopus).
 
De steltkluut pikt insecten van het wateroppervlak van zoet en brak water. Hij kan tot aan zijn buik wadend op plaatsen komen die voor andere steltlopers onbereikbaar zijn. In kleine kolonies bouwt de steltkluut een nest van plantenresten, meestal op een verhoging. Nadat de eieren zijn uitgekomen, verlaten de jongen meteen het nest en zoeken al direct zelfstandig voedsel.

De Steltkluut heeft van alle vogels de langste poten in verhouding tot zijn lichaamsgrootte, ze vormen ongeveer 60 procent van zijn totale lengte.

zondag 14 februari 2010

Zwarte Tapuit (Oenanthe leucura)


Vlak bij mijn woonplaats, op de rotskust van Moraira en El-Portet kom je hem een enkele keer tegen, de Zwarte tapuit.


De status van deze vogel is volgens de rode lijst van IUCN, kritiek. Er zouden van de vogel in Zuid-Europa nog circa 5.000 tot 7.500 broedparen voorkomen. Het is een Iberische specialiteit, die voorkomt in de sierra’s ten zuiden van de Pyreneeën, maar ook in Marokko en Tunesië. Hogere broedgebieden, zoals de Sierra-Nevada, worden ’s winters verlaten maar er is geen sprake van een echte trek.



De Zwarte tapuit is zeer zeldzaam buiten zijn normale verspreidingsgebied. De Zwarte tapuit is iets groter is dan de andere tapuiten en moeilijk te benaderen.  

vrijdag 5 februari 2010

Aanval afgeslagen

Dat het in de dierenfotografie niet allemaal rozengeur en maneschijn is wordt mij steeds duidelijker. Ik kon ternauwernood ontkomen aan een aanvallend rivierkreeftje.
Het was aandoenlijk hoe het diertje, met zijn scharen vooruit en belletjes blazend, probeerde mij te attaqueren maar ook heel moedig. Hij ging zover in zijn aanvalsdrift dat hij uit balans raakte en omviel, weerloos met zijn buik naar boven. Snel echter rolde hij zijn gepantserde staart, als bescherming voor zijn buik.
In de rijstvelden van Zuid-Europa zitten heel veel van deze kreeftjes en ze worden graag gegeten door watervogels, vooral de zeldzame Audouins Meeuw (Ichthyaetus audouinii) is er een liefhebber van.
Bij vochtig weer verplaatsen de rivierkreeftjes ze zich ook over land.
Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...