Posts tonen met het label Vale Gier. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Vale Gier. Alle posts tonen

zaterdag 15 september 2012

Van Villahermosa del Río naar Puertomingalvo


Daar waar
de riviertjes Carbo en Mayor samenvloeien ligt - in de Comarca Alto Mijares van de provincie Castellón – het stadje Villahermosa del Río. Ooit behoorde het tot de heerlijkheid van Zayd Abu Zayd, laatste Almohaden gouverneur van Valencia en bondgenoot van Jaime I, Koning van Aragón, Valencia en Mallorca en Graaf van Barcelona. 

Het stadje 
werd voor een groot gedeelte verwoest in de loop van de gevechten in de Spaanse Successieoorlog - 1701–1714. Tijdens de drie Carlistische oorlogen - tussen 1833 en 1876 - was er veel militaire activiteit in en rondom de plaats. Villahermosa del Río ligt op 730 meter boven de zeespiegel en van hieruit kun je een wandeling naar de top van de Peñagolosa maken, met zijn 1813 meter de hoogste berg van de Comunidad-Valenciana.





We slaan
de CV 175 op en rijden langs de Barranco del Aigua richting Puertomingalvo. Aangekomen in de provincie Teruel veranderd de naam van de weg in de TE-42. Links ligt de diepte en rechts het gebergte.




De op bepaalde plaatsen
behoorlijk hobbelige en slingerende weg stijgt in de 13,3 km tussen Villahermosa del Río en Puertomingalvo van 730 m naar 1.456 m boven de zeespiegel. 











Direct over de top 
zien we Puertomingalvo liggen zoals het er eeuwen geleden ook al heeft gelegen.

Vanwege de hoge ligging
heerst hier een continentaal klimaat met koudere winters. Het stadje ligt vaak in de sneeuw of is in mist gehuld. Puertomingalvo heeft circa 160 inwoners - 1,52 Inw./km² - en ligt in de Comarca Gúdar-Javalambre , in de Spaanse provincie Teruel in Aragón. Omgeven door de prachtige natuur van de Serranía del Maestrazgo.

Zijn geschiedenis
gaat terug tot de tijd van de Iberiërs, maar ook de Romeinen en de Moren waren hier. De Moren was de benaming voor de islamitische bevolking van het middeleeuwse Spanje. De Moren waren voornamelijk Marokkaanse Berbers en Arabieren. In 711 vielen de Moren Spanje binnen onder de leiding van Tarik ibn Zijad. Hierna wisten zij geheel Spanje en het zuiden van Portugal te veroveren. Vanaf ongeveer 800 begint de Reconquista, waarbij de Moren beetje bij beetje teruggedrongen werden. De christelijke vorsten hadden uiteindelijk niet minder dan zeven volle eeuwen nodig om het land – dat de Moren in vier jaar tijd hadden ingenomen – te heroveren.

Puertomingalvo
werd in 1181 door de christenen heroverd, de oprichtingsakte van de stad is in 1202.  
                                                          






 Rondom
het stadje liggen vrij moeilijk te bewerken landerijen, in de zomer is het regelmatig erg droog. Er wordt voornamelijk graan verbouwd. 



Boven de graanvelden
kun je regelmatig de Blauwe en Grauwe kiekendief zien vliegen. En je ziet er ook veel Vale gieren, die soms rakelings over de top van de berg scheren.

maandag 9 januari 2012

Weer een geringde vogel


Ik zag hem op een zandberg zitten, maar hij had mij natuurlijk al veel eerder gezien en ging dan ook onmiddellijk op de wieken. 

Bij het opstijgen van de vogel zag ik dat ook deze Vale gier (Gyps fulvus) een ring om had. Aangezien de Vale gieren al een paar keer naar Nederland en België zijn gevlogen is het dus best mogelijk dat de ring van deze Spaanse gier – zoals ik van het Nederlands blauwborstje in Spanje – in Nederland of België kan worden afgelezen. Het lijkt me trouwens een hele klus om deze krachtige vogels met hun scherpe snavels te moeten ringen. 

zondag 26 december 2010

Vale Gier - Eurasian Griffon Vulture, in Benissa

Er schijnt onlangs een Vale Gier op het dak van een garage in Benissa te hebben gezeten. Dat was blijkbaar zo’n bijzondere gebeurtenis dat het halve dorp was uitgelopen, inclusief de pers, politie en brandweer. Door vlees neer te leggen is het dier gevangen. De filmpjes hierover zijn te zien op YouTube

Foto: Wout's fotobloG, Vale Gier in de Campo de Daroca, Aragón

Vreemd eigenlijk want op ongeveer 50 kilometer van Benissa, in de Sierra de Mariola bij Alcoy, zit een kolonie van circa 100 Vale Gieren, waarschijnlijk was de vogel afkomstig uit deze Gierenkolonie.

dinsdag 14 september 2010

Vale gier valt in Slaap



Je moet 
uiterst behoedzaam te werk gaan om Vale gieren (Gyps fulvus) in het wild te kunnen fotograferen. Blijkbaar is me dat gelukt want één van de gieren duurde het allemaal veel te lang en ging er lekker bij liggen slapen. 


Ik moet 
er wel bijvertellen dat ik er een paar uur gecamoufleerd heb gezeten en ze me op een gegeven moment niet meer opmerkten. Hoewel die ene gier wel steeds in mijn richting blijft kijken, die hoorde waarschijnlijk het geluid van de camera-sluiter.

zondag 30 mei 2010

Vale Gier II

“Zonder geluk vaart niemand wel”, dit gezegde is ook van toepassing op de vogelaar. Sinds ik een paar jaar geleden ben begonnen met het fotograferen van vogels, heb ik stad en land afgereden om in het wild en van dichtbij, Vale gieren (Gyps fulvus) te kunnen fotograferen.
Nu moet je stad niet te letterlijk nemen want daar vliegen ze om of hoog overheen. In de loop van de tijd heb ik verschillende streken van Spanje en Portugal bezocht en ook heel wat plekken ontdekt waar gieren huizen, maar om gieren van nabij te kunnen fotograferen is geen eenvoudige opdracht.
Sommige lieden hebben dit gemerkt en hebben een nieuwe markt aangeboord. Zo is er een konijnenfokker in de provincie Teruel die zijn doodgegane konijnen voor de gieren gooit. Tegen betaling mogen de mensen, achter een glasplaat want hij is bang dat de gieren niet meer terugkomen waardoor zijn verdienste opdroogt, de vreetpartij aanschouwen en kunnen er foto’s worden gemaakt. Hoeveel konijnen moet die man wel niet houden, om zo’n hoge uitval onder zijn konijnen te hebben, dat hij de gieren er verschillende malen per week mee kan voeren. Ik denk dat hij gezonde konijnen voert en dat ze op deze manier meer opbrengen dan bij de poelier, maar ik dwaal af.
Want deze keer had ik het geluk dat, omdat het al donker was en weer eens geen camping in de buurt, ik op een plek was gaan staan waar de Vale gieren de volgende morgen al zaten. Links en rechts van me zaten de gieren, in de bomen en op de rotsige uitsteeksels.
Goed dat ik het de avond tevoren niet wist want anders had ik beslist visioenen over Alfred Hitchcock’s film “The Birds” gekregen. Van Vale gieren met een spanwijdte tot 2 meter 80 en een gewicht tot 11 kilo en altijd met een dominante gier die als eerste het kadaver aansnijdt en die agressieve en dreigende bewegingen en geluiden maakt. Ik kan mijn geluk niet op.
Met hun snavel die je kunt vergelijken met een snoeitang van één van de betere merken breken ze de takken van de pijnbomen af, die ze gebruiken voor hun nest. Klik hier voor meer over de Vale Gier.

vrijdag 19 februari 2010

Vale Gier

O,o !!! Wat vond ik ze lelijk toen ik ze voor de eerste keer zag.
Maar dat is veranderd, echt mooi vind ik ze nog steeds niet. Maar lelijk kan ik ze ook niet meer noemen. Wat me erg aanspreekt van gieren is dat het niet van die vroege vogels zijn, m.a.w. je hoeft niet voor dag en dauw op te staan om ze te zien. Nee, je kunt eerst koffie drinken en een krantje lezen en dan nog kom je niet te laat. Nadeel is dat de zon dan al behoorlijk fel is en ze in die felle lucht moeilijk te fotograferen zijn.
Pas rond een uur of 10 (afhankelijk van het seizoen), als de zon goed doorkomt en er enige thermiek in de lucht ontstaat, kiezen ze het luchtruim. Voor die tijd zitten ze op de rotsen, zich in de eerste zonnestralen, te verwarmen. Zo nu en dan slaan ze hun machtige vleugels uit om te kijken of er al warme luchtstromingen zijn waarmee ze, zonder al te veel energie te verbruiken, kunnen opstijgen. Met de enorme vleugels legt de gier grote afstanden af, en hoewel de vogels meestal zweven en ze langzaam lijken te vliegen kunnen ze een snelheid bereiken van meer dan 70 kilometer per uur, en honderden kilometers per dag afleggen.
Een volwassen gier is circa 1 meter lang, gemeten van kop tot staart. De vleugelspanwijdte is circa 2,30 tot 2,80 meter, het is hiermee een van de grootste vogels ter wereld. Het gewicht van een volwassen exemplaar bedraagt ongeveer 7 tot meer dan 11 kilo.
De Vale gier (Gyps fulvus) is zandkleurig tot donkerbruin van kleur, de kop en de hals zijn vaalwit, evenals de kraag tussen hals en lichaam. De slagpennen en de staartveren zijn donkerder tot zwart. Jonge exemplaren hebben een bruine kraag en zijn donkerder van kleur. De vleugels zijn lang en breed, de vleugelpennen doen in vlucht enigszins denken aan vingers. De poten zijn relatief kort.
De Vale gier komt voor in Zuidoost-Azië, delen van noordelijk Afrika, het Arabisch Schiereiland en zuidelijk Europa. In Europa komt de soort vrij algemeen voor in Spanje, onder andere in de Pyreneeën, Monfragüe en Cabañeros. In Portugal en Frankrijk zijn eveneens enkele populaties, maar beduidend kleiner dan die van Spanje. In de provincie Alicante kun je hem vinden in de Sierra de Mariola. Zijn habitat bestaat uit bergachtige gebieden in kale, dorre streken zonder veel bomen, de gier rust en broedt langs steile rotsen.
De Vale gier behoort tot de roofvogels maar is een aaseter die al vliegend zoekt naar karkassen van dieren als schapen. Deze worden opgespoord met het uitstekende gezichtsvermogen. Met name de zachtere delen worden gegeten, zoals de spieren en de ingewanden. Met zijn dunbevederde lange nek kan de gier zijn kop relatief ver in een kadaver steken zonder dat veren beschadigen of vuil worden. Vale gieren foerageren in groepen, waarbij de dieren elkaar goed in de gaten houden. Als één gier voedsel vindt, vliegt de rest mee naar beneden. Op zijn zoektocht naar voedsel vliegt de Vale Gier gemiddeld 8 uur per dag.
Tijdens de maaltijd worden door de dominantste gier luid sissende geluiden gemaakt, de andere gieren reageren hierop met grommende geluiden. De gier kan zelf overigens geen kadavers openscheuren, en moet bij een 'vers' kadaver wachten op andere dieren, zoals de Monniksgier, die het karkas aanvreten. Zoals wel meer aaseters valt de Vale gier zo af en toe ook levende schapen aan, dit betreft meestal sterk verzwakte of heel jonge exemplaren. Ook de placenta's van pasgeboren dieren en door jagers afgeschoten wild worden door de gieren als ze de kans krijgen direct belaagd.
Doordat in zuidelijk Europa sinds januari 2007 veehouders ingevolge EU-richtlijnen geen karkassen meer mogen laten liggen op hun landerijen (in verband met de gekke-koeienziekte) heeft de gier meer moeite om voedsel te vinden zodat vaker levende dieren worden aangevallen, echter nooit gezonde exemplaren. Een ander gevolg hiervan is dat de vogel verder trekt op zoek naar voedsel, waardoor de soort ook in noordelijker streken is gesignaleerd, dit is de reden dat de vogel tot in Nederland en België voorkomt als dwaalgast.
De Vale gier legt in de regel maar één ei per jaar, het ei wordt door beide ouders uitgebroed en het jong blijft tot een half jaar in het nest. Een broedpaar is monogaam en blijft het hele leven bij elkaar.
De Vale gier gebruikt voor het maken van zijn nest o.a. pijnboom-takken.

De Vale gier is een sociale soort; de vogel broedt in kolonies en zoekt voedsel in groepen. De nesten liggen minstens twee meter van elkaar en worden door de ouders fel verdedigd. Het duurt 7 of 8 jaar voordat de jongen volwassen zijn en zelf paren.
In gevangenschap kan de Vale gier een leeftijd bereiken tot 40 jaar.

zaterdag 23 januari 2010

Parque Nacional de Monfragüe, een roofvogelparadijs

Het gebied dat door de Romeinen “Mons Fragorum” werd genoemd, wordt een natuurpark op 4 april 1979 op voordracht van de autonome regering van Extremadura en op 2 maart 2007 verschijnt in het Spaanse staatsblad het besluit, dat het van natuur park zal worden gepromoveerd tot een nationaal park. Het Nationaal Park “Monfragüe” is hiermee één van de 14 nationale parken van Spanje. Het park bevindt zich in de provincie Cáceres, en het is het eerste nationale park van de autonome regio Extremadura. Het natuur park is sinds 1991 een reservaat voor de bescherming van vogels (ZEPA) en vanaf 2003 is het een reservaat voor de biosfeer van de Unesco.
Het park heeft een oppervlakte van 18.396 ha. Met een beschermde zone eromheen van 116.160 ha., 42% hiervan is openbaar terrein en 58% is in privé bezit. Het hoogteverschil gaat van 250 tot 795 meter. Het park ligt in 14 gemeenten te weten; Casas de Millán, Casas de Miravete, Casatejada, Deleitosa, Higuera, Jaraicejo, Malpartida de Plasencia, Mirabel, Romangordo, Saucedilla, Serradilla, Serrejón, Toril en Torrejón el Rubio.
Bij deze rotspartij vind je de Zwarte Ooievaar, Zwarte Wouw en Aasgier

De roofvogels die in het park voorkomen zijn o.a. de Monniksgier, Vale Gier, Aasgier, Spaanse Keizerarend, Oehoe, Steenarend, Havikarend, Grijze Wouw, Zwarte en Rode Wouw, Koningsarend, Slechtvalk, Havik, Sperwer, Bosuil, Dwergarend, Slangenarend en Steenuil. In de dorpen vind je de Kleine Torenvalk en de Kerkuil.
Rotspartij “Salto del Gitano”, bekend van de vele gieren die er op huizen.

Verder zijn er nog  in het park de Zwarte en Witte Ooievaar  en ook in de omliggende bergen en dehesas is er een keur aan vogels te vinden zoals Koolmees, Pimpelmees, Staartmees, Zwartkop, Kleine Zwartkop, Baardgrasmus, Braamsluiper, Rüppells Grasmus, Hop, Bijeneter, Grijze Gors, Vink, Blauwe Ekster, Roodstuitzwaluw, Kuifleeuwerik, Zwarte spreeuw, Moorse Nachtzwaluw, Kwartel, Kaffergierzwaluw, Appelvink, Baardgrasmus, Blauwe Rotslijster, Rode Patrijs, Alpengierzwaluw, Spaanse mus, etc.
Zoogdieren die voorkomen in het park zijn o.a. de Iberische lynx, Europese Das, Otter, Egyptische Mangoest, Edelhert , Steenmarter, Genetkat, Vos en Konijn.
Sinds de oudheid zijn er mensen aanwezig in Monfragüe. De heuvels en bergen gaven genoeg plaatsen waar men bescherming kon zoeken terwijl de overvloedige plantengroei en de aanwezige grote rivieren voldoende voedsel gaven. Een bewijs van de menselijke aanwezigheid kan men vinden in de grot op de helling naar het kasteel, er zijn hier een aantal rotsschilderingen aanwezig. De pre-Romeinse stammen, Iberiërs en Kelten, bouwden hun versterkte forten en nederzettingen op de toppen van de heuvels. Zij maakten gebruik van de natuurlijke hulpbronnen en zij wijzigden weinig aan de omgeving. Bestaande overblijfselen uit deze periode kan men vinden in Miravete en mogelijk ook in Cerro Gimio in het gebied rond het kasteel.
Met de Romeinen kwam de landbouw en de veeteelt aan in de streek. Onder hun overheersing bouwde men defensieve versterkingen op de heuveltoppen en de gewone dorpen kwamen op de vlaktes. In de omgeving van het park bouwden zij hun eerste stadjes: Serradilla, Malpartida de Plasencia, las Corchuelas en nog enkele andere. Het verwijderen van bestaande plantengroei om aanplantingen mogelijk te maken zijn hun belangrijkste veranderingen in het landschap.
De verovering door de Arabieren in de achtste eeuw bracht nauwelijks een verandering aan in de natuurlijke omgeving maar er was een grote historische verandering in het huidige park door de bouw van het kasteel van Monfragüe in 811.
De muren van het kasteel

De Christelijke herovering van het kasteel werd tot stand gebracht door de Portugese verzetsstrijder Giraldo-Simpavor in 1169, maar het zal tot in 1180 duren voor er een definitieve herovering komt door Alfonso VIII. In 1450 liet de bisschop van Plasencia de Brug van de Kardinaal bouwen. Het doel van de brug was de stad te verenigen met Trujillo en Jaraicejo. Kroniekschrijvers zeggen dat de bouw van de brug 30.000 gouden munten heeft gekost, een getal dat gelijk zou zijn aan het aantal gebruikte stenen. De brug was de enige stabiele verbinding tussen Toledo en Alcántara, en daardoor verscheen er een leger van rovers en bandieten uit Puerto de la Serrana. Deze rovers hinderden de voorbijgangers en de reizigers enorm. Om deze verbinding te verdedigen stichtte koning Carlos III in 1784 het dorp Villarreal de San Carlos en men bouwde er een kerk, een parochiehuis, een kazerne voor de militie en enkele huizen van particulieren.
Traditionele hut

In de jaren 1960-70 waren er in Monfragüe twee gebeurtenissen die de omgeving van het huidige park meer veranderden dan alle voorgaande eeuwen samen. De bouw van de stuwdammen van Torrejón y Alcántara, met de verdwijning van alle door de rivier bevloeid gebied. De aanplanting van grote aantallen eucalyptus en dennenbomen op de heuvels en hellingen, die de oorspronkelijke vegetatie lieten verdwijnen.Uiteindelijk werd na vele discussies het gebied een natuurpark en is men momenteel bezig om de oorspronkelijke vegetatie te herstellen.
Dehesas
Plattegrond van het park  Meer foto's op; España - Monfragüe  Meer informatie op; Monfragüe Natuurpark, Extremadura, Spanje
Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...