vrijdag 6 april 2012

Parc Natural dels Ports, Tarragona

In het dorpje Arnes in de provincie Tarragona heb ik mijn busje, op een leegstaand landje, tussen de huizen geparkeerd. Morgenvroeg wil ik naar het, vlakbij gelegen, Parc Natural dels Ports want daar zit de Iberische steenbok. Arnes is een leuk authentiek plaatsje en ze zijn er, net zoals in de rest van Spanje, meester in het wegwerken van kabels. 


Als ik omhoog kijk zie ik dat het terrasje boven me er niet al te solide uitziet. Maar gedurende de nacht hoor ik geen vallend gesteente zodat ik prima uitgerust, al vroeg uit de veren ben.


Als je van Arnes de richting Tortosa oprijdt, zie je niet ver van Arnes – aan de linkerkant - de plaats Horta de Sant Joan liggen. Vlak voor de afslag naar deze plaats ligt – aan de rechterkant - een ingang naar ‘Parc Natural dels Ports’. Het eerste stuk rij je door akkers met prachtige oude olijf- en amandelbomen, iets verder aan de linkerkant ligt een parkeerplaats en begint het natuurpark.


 Jaume, Ramon, Jordi, David i Pau
Bij de parkeerplaats zie ik dat er sinds mijn laatste bezoek van een aantal jaren geleden, een monumentje is geplaatst. Ik weet dat er een paar jaar geleden een enorme brand heeft gewoed in het park, maar ik link dat toch niet direct aan de steen. Van de Catalaanse tekst op de steen begrijp ik ook niet zoveel, ik heb mijn handen al vol aan het Castiliaans. Later zoek ik op wat er is gebeurt en dit is het trieste verhaal:

De Telegraaf vr 24 jul 2009
In Spanje is een 31-jarige brandweerman in het ziekenhuis van Barcelona bezweken aan zijn verwondingen. Hij was dinsdag bij bluswerkzaamheden nabij Tarragona zwaargewond geraakt. Vier van zijn collega's kwamen die dag om, toen de wind plotseling draaide en ze in het natuurpark Els Ports omsingeld werden door de vlammen.
En dit is het vervolg:
SpanjeVandaag | 12 januari 2010
Tarragona – De politie heeft twee mannen aangehouden die ervan verdacht worden de bosbrand in Horta de Sant Joan van 21 juli afgelopen zomer te hebben aangestoken. Bij de enorme bosbrand zijn vijf brandweermannen omgekomen en is er een ernstig verbrand. Beide mannen behoorden tot een groep van duizend werkelozen die de Generalitat werk had gegeven tussen maart en juni 2009 om de bossen schoon te maken en nou net bosbranden te voorkomen in de omgeving. Daarnaast schijnt een van hen tevens een korte periode als boswachter te hebben gewerkt tussen 2002 en 2005. Volgens diverse Catalaanse kranten zouden de twee een brand hebben gestoken in het midden van een droog bos, de zogenaamde zone Mas Pixantó, om daar een maaltijd te bereiden, iets wat verboden was, en daar foto’s van hebben gemaakt met hun mobiele telefoons. Een van hen heeft zelfs foto’s gemaakt van de vlammen die op dat moment al oncontroleerbaar waren. Nadat het tweetal uit het bos was vertrokken en de vlammen steeds grotere vormen aannamen en oncontroleerbaar hun verwoestende kracht lieten zien, belde het tweetal het noodnummer van de Generalitat met de mededeling dat zij een brand hadden gezien in de bossen. Schijnbaar is dat telefoontje de doorslag geweest om het tweetal te kunnen aanhouden. De twee brandstichters zullen door de openbare aanklager aangeklaagd worden voor doodslag van de vijf omgekomen brandweermannen. Een van de families van de brandweermannen is een rechtszaak aangespannen tegen de twee jonge mannen.

Tijdens mijn recente tochten door Spanje en Portugal ben ik helaas die afschuwelijke bosbranden al verschillende malen tegengekomen. En als je ze ziet denk je onwillekeurig aan al die dieren die in die kolkende vuurzee omkomen en aan de natuur die weer tientallen jaren nodig heeft om te kunnen herstellen. Hier op deze vroege morgen, op deze mooie plaats in het bos, wordt je geconfronteerd met het menselijk leed van een dergelijk bosbrand.

Ondanks de prachtige natuur en het gezang van de vogels is mijn stemming behoorlijk gedaald, wat zijn dat toch voor idioten die willens en wetens in een kurkdroog bos een vuur maken.  


In gedachten verzonken ben ik ongemerkt aangekomen bij een amandelboomgaard in het park, door de bergen erachter komt daar de zon nu pas op. En plotseling zie ik hem de……………………..

Iberische steenbok (Capra pyrenaica)


Vanaf de bergen zijn twee bokken naar beneden gekomen, aangelokt door het verse gras dat onder de amandelbomen groeit. Wat een mooie dieren, op slag heb ik er weer zin in. Wilde dieren hebben altijd iets waardigs, ze gaan wel op de vlucht maar altijd op een manier waarop ze lijken te zeggen, maar niet voor jou.


Iets verderop gaat een bok, voordat hij weer in het bos verdwijnt, nonchalant staan te poseren. Ondertussen denk ik bij mezelf hoe kwetsbaar dit dier is, want als ik hem kan fotograferen kan een jager hem ook schieten. Nu maar even niet aan denken en genieten van zijn aanblik. 

dinsdag 3 april 2012

Het is Lente


Je kunt er niet omheen het is nu echt lente. Overal hoor je de vogels zingen en je ziet ze gymnastische oefeningen maken, die je de rest van het jaar niet ziet. De Turkse tortel (Streptopelia decaocto) gedragen zich werkelijk als tortelduifjes, ze zitten de hele dag te kokkelen op de antenne van de buren. Anders dan de meeste vogels broedt de Turkse tortel het hele jaar door. Een legsel bestaat uit 2 eieren die in 14 tot 18 dagen worden uitgebroed. Het broedsel mislukt regelmatig, maar door steeds weer opnieuw een nest te maken lukt het de meeste Turkse tortels om zo nu en dan een paar jongen vliegvlug te krijgen.


De gewone Flamingo (Phoenicopterus roseus) die in Spanje voorkomt en in het Spaans de 'Flamenco común' heet. Heeft een uitgebreide paringsdans, maar dat lijkt in niets op de Spaanse flamencodans zoals wij die kennen, ze klappen niet in hun poten en gebruiken ook geen castinettes. De paringsdans van de Flamingo's wordt met de hele groep tegelijk uitgevoerd door te marcheren, de koppen te wiegen en te draaien. Sommige jaren broeden ze niet, maar in topjaren produceren ze duizenden jongen.


De Kleine plevier (Charadrius dubius) is een echte pioniersoort. Dat wil zeggen dat hij op plekken broedt die tijdelijk geschikt zijn om te broeden (afgravingen, bouwplaatsen, opspuitingen, grindgaten) en een jaar later weer verkast omdat de omstandigheden op de oude broedplaats zo veranderd zijn dat ze er niet meer willen broeden. Het nest bestaat uit een onopvallend kuiltje tussen kiezels, waarin ongeveer vier eieren gelegd worden. De eieren zelf lijken sterk op de kiezels, waardoor het nest meestal moeilijk te ontdekken is.


De Scholekster (Haematopus ostralegus) zie je niet zo vaak langs de Middellandse zeekust. De scholekster legt meestal drie, soms vier eieren in een nest gemaakt in een ondiep kuiltje. Meestal broedt de scholekster op grasland, maar ook op bouwland worden wel nesten aangetroffen. Ze maken ook nesten op platte, met grind bedekte daken van grotere gebouwen. De eieren komen uit na 25 à 27 dagen broeden. 


De Steltkluut (Himantopus himantopus) zie je tijdens het voorjaar en de zomer volop in Spanje. De Steltkluut broedt graag in rijstvelden, heeft één legsel per jaar van meestal 4 eieren. Heel apart is dat de ogen van de Steltkluut oplichten tijdens de paring.

Over een paar maanden kunnen we zien wat ze er dit voorjaar van gebakken hebben, ze doen in ieder geval hun best. Verstoor daarom geen nesten en laat, s'il vous plaît, tijdens de broedperiode de hond aan de lijn. 




zaterdag 31 maart 2012

Late Bloei

Staan aan de Costa-Blanca de eerste amandelbomen al te bloeien in januari, pas in de 3de week van maart zag ik ze volop in bloei staan in de Campo de Cariñena in de Provincia de Zaragoza. In een streek waar voornamelijk wijnstokken zijn geplant staan langs de randen van de akkers, amandelbomen. 



Je kunt de amandelboom rustig omschrijven als een magische boom. Niet alleen staat een bloeiende amandelboom schitterend in het landschap maar ook worden zijn steenvruchten voor van alles en noch wat gebruikt. Gezouten amandelen bij de borrel, als marsepein of noga, als amandelspijs, als zoete amandelolie en bittere amandelolie. Of als amandelmelk, die licht verteerbaar is en kan dienen ter vervanging van koemelk. Niet voor niets wordt de amandelboom vermeld in de heilige geschriften, zoals bijvoorbeeld Joden, Christenen en Islamieten hebben. 


dinsdag 27 maart 2012

Zwarte Ibis (Plegadis falcinellus)


Het kan zijn dat ik me vergis en ik zou ook niet weten waar ik mijn mening zou kunnen staven, maar het lijkt wel of er in de Ebro-Delta steeds meer zwarte ibissen voorkomen. Kon je er enkele jaren geleden na veel speurwerk een paar vinden, nu fladderen ze je om de oren.


De Zwarte Ibis (Plegadis falcinellus) eet vrijwel alles wat hem voor de grote kromme snavel komt. Zoals insecten en hun larven, maar ook bloedzuigers, slakken en amfibieën. De Zwarte ibis houdt wel van natte voeten, maar het water moet niet al te diep zijn.


Ze houden beslist niet van een nat verenpak. Ondiepe moerasgebieden met veel waterplanten genieten dan ook de voorkeur. Als ze iets eetbaars uit de modderige bodem opdiepen dan gooien ze dat omhoog en vangen het met hun snavel op.


Ze zijn constant aan het foerageren en daardoor erg bewegelijk. Ook zijn ze vrij schuw en vliegen bij de minste verstoring onmiddellijk op. Vaak zijn Zwarte ibissen in het gezelschap van reigers of lepelaars. Zwarte ibis is eigenlijk een verkeerd gekozen naam, zo zijn ze eerder bruin dan zwart. Onder een bepaalde lichtval is het zelfs een bijzonder kleurrijke vogel met allerlei kleurschakeringen in zijn verenpak. 



vrijdag 23 maart 2012

EIA, een nare paardenziekte


Ik was nog niet zolang geleden in het franse 'Parc National des Cévennes'. Behalve dat het een prachtige streek is waar je nog authentieke dorpjes tegenkomt lopen er ook heel veel paarden. Op het landgoed 'Le domaine du Villaret' heeft het parc een kudde przewalski-paarden in het wild uitgezet om deze paarden in de natuur te kunnen observeren, met als doel om deze paarden te herintroduceren in Mongolië. Het przewalskipaard is een wilde ondersoort van paarden, die in 1967 voor het laatst in het wild gezien werd in dat land. Het was vermoedelijk het ras dat als rijdier werd gebruikt door de Mongoolse veroveraars als Dzjengis Khan.


Er worden paardrijdtochten door de Cevennen georganiseerd en het is zelfs mogelijk om - visa versa - een meerdaagse tocht van de Cevennen naar de Camargue te maken.


Ook zijn er in de Cevennen fokkerijen van volbloed Arabieren die wereldkampioenen hebben voortgebracht.


Onlangs is in het Zuid-Franse Vaucluse – niet ver van het 'Parc National des Cévennes' - de gevreesde paardenziekte equine infectious anemia (EIA) vastgesteld. Een virale ziekte die in de volksmond ook wel moeraskoorts of le sida du cheval (paarden-aids) wordt genoemd.


 Uit een onlangs verschenen rapport blijkt dat begin februari acht paarden op verdenking van besmetting werden onderzocht, vier van hen bleken daadwerkelijk drager van het virus. De vier besmette paarden zijn afgemaakt.


Equine infectieuze anemie is een virale paardenziekte die niet op de mens overdraagbaar is. Na een incubatieperiode van meestal één tot drie weken, maar soms ook drie maanden, kan de ziekte zowel acuut als chronisch verlopen. De acute versie gaat gepaard met koorts, zenuw-, hart- en bloedsymptomen (anemie).


De ziekte kent soms een dodelijk verloop, terwijl een groot aantal dieren nooit symptomen vertoont. Stress of andere ziekten kunnen de ziekte opnieuw activeren. De dieren worden voornamelijk via het bloed besmet, door insectenbeten of besmet materiaal (bijvoorbeeld naalden).


De dieren blijven levenslang besmet en vormen zo een besmettingsbron voor andere paarden. Er bestaat geen behandeling of vaccin. Besmette dieren moeten helaas worden afgemaakt om de verdere verspreiding van de ziekte te verkomen.

Voor landen waar EIA uitbreekt, geldt op grond van de Europese regelgeving een meldingsplicht en een vrijwaringsplicht naar andere landen. Nederland is officieel nog vrij van het virus.
Bron EIA informatie: Horses.nl 

woensdag 21 maart 2012

De klok is teruggezet


Het was 5 voor 12, 
de hele winter had het nauwelijks geregend in Spanje. De stuwmeren begonnen al aardig leeg te raken en ik besloot om een rondje te maken om te kijken hoe erg het met de droogte gesteld was.


En dat was niet mis, 
veel stuwmeren stonden op het niveau van wat ze normaal staan aan het eind van een lange hete zomer. Verloren schatten, zoals deze MG-B, kwamen weer boven water. Hopelijk niet de MG van Albert en Mara.


Watervogels, 
waaronder deze Purperkoet (Porphyrio madagascariensis), probeerden op gortdroge rivierbeddingen hun kostje bij elkaar te scharrelen. 


Maar zie, het wonder geschiede. 
Op de terugweg naar huis - met een camper onder het stof – begon het, bij het op 1.456  meter hoogte gelegen Puertomingalvo, zachtjes te sneeuwen. 

Afdalend 
in de richting van Valencia ging het over in regen en eenmaal thuis stortregende het en moest ik, door een verstopte afvoer, het terras leeg gaan staan te hozen.

Zo zie je dat in een etmaal de wereld er ineens heel anders uit kan zien. Er is in die 24 uur heel wat regen gevallen en de stuwmeren zijn weer een beetje voller. Maar het is natuurlijk lang niet genoeg, het is nu 10 voor 12.

dinsdag 6 maart 2012

Delta de l'Ebre


De in de middellandse zee gelegen delta van de Ebro (Delta de l'Ebre) is het grootste wetland van Catalonië. Na het Parque nacional de Doñana (Coto de Doñana) is het de belangrijkste waterhabitat in Spanje. De delta is van internationaal belang vanwege de omvangrijke flora en fauna en de vele vogels die hier langstrekken of overwinteren. 


De Ebro-delta beslaat 320 km², 75% is landbouwgrond (voornamelijk rijstteelt), circa 20% behoort tot het Parque Natural del Delta del Ebro (totaal 7.736 hectaren) en het overige is voor urbanisme. Er wonen ongeveer 50.000 mensen in de delta. Je vind er prachtige stille stranden, duinen, zout en zoetwater meren, heel veel riet, en een enkele plaats of dorpje.


De visvangst vervult een belangrijke rol - er zit veel paling - en er zijn mossel en oesterkwekerijen. Jagers kom je er helaas ook volop tegen en die schieten niet met een geluidsdemper maar met het tegenovergestelde. Tegen de morgen, als het nog donker is, hoor je de eerste loeiharde salvo’s al. Helaas is slechts een gedeelte van de delta beschermd natuurgebied en dan het (beschermd) nog tussen haakjes want het lijkt wel of het geluid van de schoten altijd uit dat beschermde gedeelte komt. De doelstelling van het Nationaal Park - wat is opgericht in 1983 – is dan ook om de natuurlijke waarden te harmoniseren met de activiteiten van de mens in het gebied.


Rond de 100 vogelsoorten nestelen in de Ebro delta en de lijst van bedreigde vogelsoorten die hier voorkomen is lang. Het meest imponerend zijn de vele reigerkolonies, de sterns (er zitten hier 6 soorten sterns) en de meeuwen (waaronder de Dunbekmeeuw en de Audouins meeuw). Maar vergeet ook de duizenden eenden, steltlopers en flamingo’s niet en er is een groeiende populatie van de Zwarte ibis. SEO&/BirdLife verricht hier goed werk en heeft een speciaal beschermingsprogramma in o.a. Riet Vell.


Maar een nieuw gevaar duikt op, verwacht wordt namelijk dat voor het eind van deze eeuw meer dan de helft van de delta verloren zal zijn gegaan. Ongeveer 47% van het grondoppervlak ligt slechts 50 centimeter boven de zeespiegel en diverse gecultiveerde gebieden liggen zelfs beneden de zeespiegel.


Staat dit huisje straks in het water?
Door de indamming van de bovenloop van de Ebro is de aanvoer van vers sediment gestaakt, terwijl de aanwezige bodem aan het inklinken is. Hierdoor wijkt de kustlijn met ongeveer 5 meter per jaar.


Een ander, meer urgent probleem is de verdroging. Door de steeds vaker uitblijvende regenval en de irrigatiewerken in het binnenland is het gevaar groot dat de Ebro straks te weinig zoet water aanvoert waardoor zelfs de rijstvelden gevaar lopen te verzilten. Behoorlijk gecompliceerd, te weinig grond, teveel en te weinig water.

Laten we daarom, voordat een groot gedeelte verdwenen is, nog maar even genieten van een mooie zonsondergang boven de delta. 







Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...