maandag 25 april 2011

Het Haasje in Kloosterzande

Tijdens mijn jaarlijkse bezoek aan Nederland, probeer ik altijd een stuk van Zeeland mee te pakken. Het is een prachtige provincie en er zitten altijd volop vogels en zoogdieren, zoals hazen en konijnen en tegenwoordig gelukkig ook weer veel zeehonden (Phocidae).


Camperplaats

Komende vanuit Frankrijk en via Gent overnachte ik op de camperplaats in hartje Hulst, er stonden voornamelijk Belgische camperaars. In Zeeland zie je zo wie zo altijd veel Belgen, zoals je omgekeerd veel Nederlanders ziet in Antwerpen.

Het verdronken Land van Saeftinghe
De volgende morgen eerst naar het verdronken Land van Saeftinghe.  Wat niet voor niets zo heet, in de late middeleeuwen was het een gebied van welvarende polders. Door stormvloeden gingen in de 14e en de 16e eeuw grote stukken van het ingepolderde land verloren. In de 80-jarige oorlog werden ter verdediging van Antwerpen bovendien opzettelijk dijken doorgestoken, zodat het gebied met recht een verdronken land genoemd kon worden.
Hazen (Lepus europaeus)
Toen ik op de terugweg langs Kloosterzande kwam zag ik een stel hazen (Lepus europaeus), in een weiland zitten.

Altijd leuk voor iemand die in Spanje woont want aan de Costa-Blanca zie je ze niet. Ik parkeerde mijn camper aan de rand van de weg, plaatste de gecamoufleerde rijstzak in het raam met daarop mijn camera met telelens.
Schieten maar!
De haasjes lieten zich verschalken en ik kon een hele reeks foto’s maken. Niet wetende dat ik zelf het haasje zou zijn.

Tevreden vervolgde ik, langs een smal dijkweggetje, mijn weg richting Terneuzen. Waar ik een leuk watertje weet met veel watervogels, waarna ik de tunnel richting Middelburg kon pakken om dan via Schouwen-Duiveland, Goeree-Overflakkee en het pontje bij Maassluis zo in het Westland uit te komen.
De man op de scooter
Maar op dat smalle dijkweggetje raasde mij ineens, een door de berm rijdende scooter, voorbij. En daar bleef het niet bij, de bestuurder stopte zijn vehikel vlak voor mijn camper en brabbelde iets onverstaanbaars. Nu ben ik redelijk bekend met de verschillende Zeeuwse dialecten maar hier kon ik, mede door het motorgeluid, geen touw aan vast knopen. Ik verstond iets van” ziener” en dacht even dat ik met een mannelijke Jomanda te doen had, die me een fles ingestraald water probeerde te slijten. Daar had ik geen trek in en het hele gebeuren stond mij niet aan, een man met een scootertje op een stil dijkweggetje. Oké, de man had dan wel een helm op en geen capuchon zoals veel huidige boefjes, maar met een ruk aan mijn stuur en onder luid getoeter kon ik hem gelukkig omzeilen. Rare kneiter dacht ik bij mezelf en vervolgde mijn weg. Maar in mijn zijspiegels zag ik dat de man mij op afstand bleef volgen en zich zo nu en dan verschool zodat ik hem niet kon zien. Toen ik later stil hield om een stel ganzen  te bekijken stond de man ineens weer naast mijn camper, riep dat hij jachtopziener was, dat ik uit de camper had geschoten en dat hij in mijn camper wou kijken, dit alles zonder zich te legitimeren. Door slechte ervaringen iets wijzer geworden, zei ik hem dat daar geen sprake van kon zijn en dat hij de politie maar moest bellen. Dat had hij al gedaan zei hij, nu moet ik eerlijk bekennen dat ik de man niet helemaal serieus nam want er zijn genoeg figuren die het verkeer regelen zonder verkeersagent te zijn en ik vervolgde mijn weg. Toen ik hem een eind verder weer verdekt opgesteld zag staan, vroeg ik hem waar de politie bleef. Ik ga straks de tunnel bij Terneuzen in en midden in de tunnel iemand aanhouden lijkt me niet erg praktisch, zei ik tegen hem. Hij reageerde zwakjes maar een eind verder zag ik hem toch weer opdoemen rijdend achter een politieauto die me met lichtsignalen tot stoppen dwong.
Als u een wapen heeft vorderen we het nu in, sprak de agent.
Die, samen met een vrouwelijke collega ongewapend uit het voertuig stapte. Ze bleken duidelijk nog niet terroristproef te zijn want wat als ik wel een wapen zou hebben en minder goede bedoelingen? Het duurde natuurlijk niet lang tot zij door hadden dat het wapen een telelens was en ik wel geïnteresseerd was in hazen maar niet om in te vriezen. Ik moet eerlijk zeggen dat het optreden van de agenten vriendelijk en voorkomend was maar toch hield ik er een raar gevoel aan over. Een camper met een buitenlands nummerbord en een telelens uit het raam is schijnbaar genoeg om de politie te laten uitrukken. Gelukkig zag ik wat verder in deze mooie provincie konijntjes huppelen. Na eerst rond gekeken te hebben of er geen mannetje achter een boom stond, heb ik er toch maar wat foto’s van gemaakt.

zondag 10 april 2011

Laguna de Gallocanta

Op een kleine 4 uur rijden van de Costa-Blanca ligt op een hoogte van 1.000 meter boven de zeespiegel - voor mij - één van de mooiste plekjes van Aragón, de “Laguna de Gallocanta”.


De lagune ligt gedeeltelijk in de provincies Zaragoza en Teruel. Ze heeft een oppervlakte van 14,4 km², met een maximale breedte van 2.8 km en is 7,7 km lang.



De diepte van het water is afhankelijk van de droge en natte periodes, het meer kan in tijden van extreme droogte voor een groot gedeelte droog vallen maar meestal staat er zo’n 45-50 cm water. Bij hevige regenval kan dit oplopen tot rond de twee meter.

 
Het gebied heeft een continentaal mediterraan klimaat met zeer sterke temperatuur-schommelingen. Zelf heb ik meegemaakt dat, op weg naar Nederland, het er eind april nog behoorlijk sneeuwde. Toen ik er 14 dagen later, op de terugweg, weer langs kwam was het boven de 30º Celsius. De niet ver van het meer gelegen plaats "Calamocha" heeft in de winter regelmatig het Spaanse nationale kouderecord met temperaturen tot 25º Celsius onder nul.


In het, aan het meer gelegen, plaatsje Gallocanta zijn resten gevonden uit de Keltische, Romeinse en Moorse tijd. Vanwege het toegenomen zoutgehalte, is er in het meer geen vis meer aanwezig. Wel zijn er reptielen en amfibieën in de beken en vijvers en zijn er diverse zoogdieren in de bergen en de omliggende heuvels.


En vogels, heel veel vogels zie je in en rond het meer. Duizenden eenden, ooievaars en kraanvogels komen hier langs tijdens de vogeltrek, overwinteren er, of zijn er het hele jaar aanwezig. Ook de blauwe en bruine kiekendief zie je langs het meer en in de omringende bergen zitten gieren en andere roofvogels. Zonder overdrijving kan ik stellen dat dit gebied, tezamen met Extremadura, één van de beste vogelgebieden van Spanje is. En nergens een B&B of camping te bekennen.


Meer foto’s van de Laguna de Gallocanta? Klik hier.

maandag 28 maart 2011

Herdenkingsplaatsen langs de weg II

Ik rijd door een prachtig landschap als ik de gedenksteen zie staan. Te laat! ik ben er al voorbij, ik moet in zijn achteruit om weer bij de steen te komen maar dat is geen probleem want verkeer is er niet. Ik lees de tekst;


Marco Sanche y Prieto

Leeftijd 16 jaar

Gedood door de bliksem

8 Juli 1867








Gedood door de bliksem, zo jong nog en in deze mooie omgeving. De hele verdere reis moet ik er aan denken. 1867 was het geboortejaar van Marie Curie en van één van de gebroeders Wright. Hoe zou het komen dat die steen er nog steeds staat? Het simpele bankje ernaast lijkt nog niet oud. Hoe zou het landschap er uit hebben gezien in 1867? Zou Marco op slag dood zijn geweest? Zou hij hebben geleden?

woensdag 23 maart 2011

Paddentrek

Begin februari hadden we aan de Costa Blanca de paddentrek. Later dan normaal maar dat kwam mede doordat het deze winter laat begon te regenen en de padden (Bufo bufo) hebben de juiste combinatie van temperatuur en luchtvochtigheid nodig om zich te verplaatsen.

In het zuiden van Europa komt de ondersoort Bufo bufo spinosus voor, waarvan de mannetjes tot 10 cm lang worden en de vrouwtjes een lengte van 15 cm kunnen bereiken. Hiermee is de gewone pad de grootste kikker in Europa. De padden trekken van de plek waar ze overwinteren naar een plaats waar ze met elkaar kunnen paren. Dat kan een sloot, een ven of een vijver zijn. In ieder geval stilstaand water, liefst waar ze zelf geboren zijn. Zo gauw het paren is afgelopen trekken de padden weer van de paarplaats weg.

Van de vijver in mijn tuin maken ze al jaren gebruik als paarplaats, het ene jaar zijn het er veel en het andere jaar zie je er maar een paar. Dit jaar waren er erg veel, waarschijnlijk kwam dat door de huidige droogte in onze streek. In de vijver staat natuurlijk altijd water en poeltjes met regenwater waren deze winter in de vrije natuur nauwelijks of te laat voorhanden.

De hitsige mannetjespadden grijpen een vrouwtje en houden haar met man en macht vast. Met geen mogelijkheid is de pad van zijn ‘slachtoffer’ af te krijgen. Totdat de vrouwtjespad zich in de aanwezigheid van andere potentiële partners begint op te blazen. De man op haar rug verliest langzaam zijn grip en kan er nu makkelijk door omstanders ‘afgetrapt’ worden. Het is een ware paddenrodeo: om de beurt klimmen de padden op de rug van het vrouwtje, om er even later weer afgegooid te worden. De sterkste mannetjespad wint en mag de eitjes van het vrouwtje bevruchten.

Mannetjespadden bespringen zo ongeveer alles: schoenen, handen, en dus ook dooie vrouwtjespadden.

Ik wilde nog wat foto’s maken van het resultaat, de honderden paddenvisjes, maar juist vandaag regent en stormt het en is de vijver te donker om er foto’s van te maken.

vrijdag 18 maart 2011

Aal versus Aalscholver


Even voordat het in de Ebro-delta begon te stormen, zag ik dat een Aalscholver (Phalacrocorax carbo), een Paling (Anguilla anguilla) probeerde te verschalken.

En dat ging, anders dan gedacht, helemaal niet vanzelf. De paling verweerde zich in een heroïsch gevecht alsof zijn leven er van afhing en dat deed het natuurlijk ook. Als de aalscholver niet die haaksnavel had gehad dan was de paling er tussen uit gepiept. Dat gebeurde ook een keer maar de aal had, vanwege die snavel, al zoveel verwondingen opgelopen dat de aalscholver hem weer kon opduiken. Dit was niet even een visje wegwerken voor de aalscholver want zelfs toen hij de paling al half in zijn keelgat had zitten, lukte het de spekgladde aal om weer naar boven te komen.


Het gevecht eindigde in het voordeel van de aalscholver. Dat betekende het einde voor de paling en voor de aalscholver, ook wel scholver, scholverd of schollevaar genoemd, betekende het een groot gedeelte van de 800 gram vis die hij dagelijks eet.

donderdag 10 maart 2011

Storm in de Ebro Delta


Ik was onlangs, sinds lange tijd, weer eens in het Parc natural del Delta de l'Ebre in de provincie Tarragona. Ik ga dan altijd even kijken bij de mossel en oesterkwekerijen, waar ze ook andere zeevruchten (mariscos) telen.



De omgeving van deze schelpdierkwekerijen trekt veel vogels aan en het is een leuk gezicht om de vissers tussen de palen van de kwekerijen te zien laveren. Die palen moeten vanwege verrotting regelmatig worden vervangen en de oogst moet worden overgevaren naar het haventje, er is dus altijd bedrijvigheid.


Maar niet lang nadat ik was aangekomen, stak er een storm op die vrijwel onafgebroken, twee dagen aanhield. Toen ik die nacht in mijn camper lag had ik het gevoel dat ik in een vliegtuig zat die steeds een luchtzak invloog en dan 1000 meter naar beneden viel, zo stond hij te schudden. Ik hoorde het geluid van het zand dat door de wind mijn arme campertje aan het zandstralen was. Toen ik ging kijken of de lak er al af was kon ik, door de storm, de deur niet meer houden en klapte hij dubbel. Ook was ik bang dat de camper door de harde wind zou omslaan en bedacht welke gevolgen dat zou hebben voor mijn fotospullen in combinatie met de drankvoorraad.

Ik was niet de enige die last had van de storm. Een mosselkweker heeft de grootste moeite om de oogst naar het haventje te brengen en ik om mijn camera stil te houden.

Na twee dagen hield ik het voor gezien en ben doorgereden naar de Campo de Daroca, daar begon het te sneeuwen en was het steenkoud. Ondertussen hoorde ik op Radio Nederland Wereldomroep dat het heel aardig weer was in Spanje. Heel aardig weer?


Meer foto's van de Ebro-Delta? Klik hier
Meer foto's van de Campo de Daroca? Klik hier

zondag 6 maart 2011

Kraanvogel - Common Crane


Het begon afgelopen maandagmorgen te sneeuwen in de Campo de Daroca (Aragón). Op dit moment verzamelen zich hier duizenden kraanvogels (Grus grus), om vanaf deze locatie verder naar hun broedgebieden in het hoge noorden te trekken. 


Een gevaarlijke tocht van duizenden kilometers die ze deze morgen pas aanvangen nadat ze eerst gefoerageerd hebben en het sneeuwen wat minder is geworden.


Voordat ze de Pyreneeën oversteken zullen ze bij de “Embalse de la Sotonera” in de provincie Huesca nog een laatste stop in Spanje maken. Daarna gaat het over Frankrijk (Lac Du Der Chantecoq) en Duitsland (o.a. Niedersachsen) naar het noorden. Soms pakken ze op hun trekroute een puntje van Nederland mee.



Het is een indrukwekkend gezicht om die grote vogels, met veel getrompetter en met tientallen tegelijk, de lucht in te zien gaan.


Vliegend over meren en akkers, bossen, dorpen en steden. Velen zullen het einde van de reis niet halen. Te pletter gevlogen tegen hoogspanningsmasten of windmolens of aangevallen door roofdieren.


Naar beneden gehaald door mannen met groene petjes en blaffende honden, vergiftigd door boze boeren of gewoon door voedselschaarste en uitputting.


Wout’s fotobloG wenst jullie een goede reis en veel nageslacht in 2.011. Hopelijk zien we elkaar de volgende winter weer ergens langs de route.
Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...